De vijf groepen van hechten
Pañca upadana kkhandha
De vijf aspecten waarmee de Boeddha alle fysieke en mentale fenomenen van het bestaan heeft opgesomd, zijn vergankelijk, instabiel en zonder een zelf oftewel onwezenlijk.
Inhoudsopgave
Drie verschillende manieren om het bestaan aan te duiden
De vijf groepen zijn slechts een abstracte classificatie
Korte definitie van de vijf groepen
De onafscheidelijkheid van de vijf groepen
De onpersoonlijkheid en leegheid van de vijf groepen
Gelijkenissen met de vijf groepen
1 — De groep van lichamelijkheid (rupa kkhandha)
2 — De groep van gevoelens (vedana kkhandha)
3 — De groep van waarnemingen (sañña kkhandha)
4 — De groep van mentale formaties (sankhara kkhandha)
5 — De groep van bewustzijn (viññana kkhandha)
'Vijf groepen van hechten'. Alternatieve verwijzingen zijn 'aggregaten van hechten'; 'groepen van het bestaan'; 'aggregaten'.
Algemeen
De vijf groepen van hechten — lichamelijkheid, gevoelens, waarnemingen, mentale formaties en bewustzijn — zijn de groepen die zowel een wezen als het hele bestaan uitmaken. De groep van lichamelijkheid is de groep van fysieke verschijnselen; de overige vier zijn mentale verschijnselen (fenomenen, dingen). Zowel de fysieke als de mentale verschijnselen maken allemaal deel uit van lijden (dukkha). Dat is omdat de aggregaten door mensen als echt en blijvend worden gezien, als de wereld, als een blijvende entiteit, als een persoon, dat krachtig gepaard gaat met ideeën van 'ik', 'mij', 'zelf', 'ziel' etc. Dit is waarom dit lijden is omdat het leven niet een statische entiteit is, maar een dynamisch proces van voortdurende verandering (viparinama).
De vijf groepen van hechten zijn de vijf aspecten waarmee de Boeddha alle fysieke en mentale fenomenen van het totale bestaan heeft opgesomd, en die in een onverstandig mens verschijnen als zijn ego of persoonlijkheid, hetgeen lijden tot gevolg heeft. Maar wanneer de ware aard ervan ontdekt wordt, met wijsheid doorgrond wordt, volledig begrepen is, maakt dat een einde aan alle lijden. Daarom is de gehele boeddhistische Leer gebaseerd op deze vijf aggregaten.
Alle verschijningsvormen, alle dingen in het bestaan, hebben drie kenmerken (ti lakkhana): 1. vergankelijkheid, onbestendigheid oftewel tijdelijkheid (anicca); 2. lijden oftewel een onbevredigd aspect (dukkha); 3. instabiliteit, onwezenlijkheid oftewel 'niet-zelf' (anatta). Omdat de ware aard van fenomenen deze kenmerken in zich draagt, veroorzaakt het hechten eraan lijden.
De Boeddha spreekt in de eerste Edele Waarheid over deze 'vijf groepen van hechten':
- De groep van lichamelijkheid (rupa kkhandha).
- De groep van gevoelens (of gewaarwordingen) (vedana kkhandha).
- De groep van waarnemingen (sañña kkhandha).
- De groep van mentale formaties (sankhara kkhandha).
- De groep van bewustzijn (viññana kkhandha).
De vijf groepen van hechten (pañca upadana kkhandha) bestaan slechts als een abstracte classificatie. Ze hebben geen werkelijkheidswaarde. Alleen afzonderlijke bestanddelen van deze groepen kunnen opkomen met elke staat van bewustzijn.
Van de verscheidene soorten zintuiglijke herkenning of bewustzijn, kan er maar één op een bepaald moment aanwezig zijn.
Bewustzijn is een stroom van steeds verschillende staten (citta) die elkaar in een razendsnel tempo opvolgen. Het is te vergelijken met een tekenfilm waarbij afzonderlijke plaatjes snel achter elkaar worden getoond waardoor er een illusie van eenheid en echtheid ontstaat.
Van de 50 mentale formaties (sankhara), associëren er altijd een groter of kleiner aantal met een bepaalde soort van bewustzijn.
Het is bewustzijn (viññana) dat alles bij elkaar houdt en zowel de interne- als de externe wereld (avacara) impliceert. Die sferen bestaan niet buiten of los van het bewustzijn.
Drie verschillende manieren om het bestaan aan te duiden
Drie verschillende manieren die in de sutta's gebruikt worden voor het aanduiden van het bestaan zijn als volgt:
"Wat er ook bestaat omtrent fysieke dingen (materie), of dat tot het verleden behoort, heden, of tot de toekomst, iemands eigen of externe, groot of klein, ondergeschikt of verheven, ver weg of dichtbij; dat alles behoort tot de groep van lichamelijkheid. Wat er ook bestaat omtrent gevoel (...); dat alles behoort tot de groep van gevoelens. Wat er ook bestaat omtrent waarneming (...); dat alles behoort tot de groep van waarnemingen. Wat er ook bestaat omtrent mentale formaties (...); dat alles behoort tot de groep van mentale formaties. Wat er ook bestaat omtrent bewustzijn (…); dat alles behoort tot de groep van bewustzijn."
S22-048
Een andere manier is die van de twee groepen:
- Die van de geest (2-5).
- Die van lichamelijkheid (1).
Samen worden deze 'geest en lichaam' genoemd (nama rupa).
In Dhs worden alle fenomenen in 3 groepen behandeld:
De vijf groepen zijn slechts een abstracte classificatie
Wat wij een wezen noemen, is in werkelijkheid niets anders dan louter een dynamisch proces van deze mentale en fysieke verschijnselen, een proces dat sinds onheuglijke tijd aan de gang is en dat ook na de dood nog steeds doorgaat tot in onvoorstelbare lange perioden van tijd. Echter, deze vijf groepen bevatten noch in afzonderlijke zin (in een enkele groep), noch in gezamenlijke zin, een werkelijk op zichzelf bestaande ego-entiteit of persoonlijkheid zoals een 'zelf', of 'ik' (atta), (Sanskriet: atman), noch wordt er een dergelijke entiteit los of apart van deze groepen gevonden. Vandaar dat het geloof in een dergelijke ego-entiteit, als zijnde absoluut en blijvend, een ware illusie is.
Een bel van een fiets is nog geen fiets, en ook niet het wiel, het stuur, het frame, etc. Maar als alle onderdelen samengebracht worden en ze in staat zijn samen te werken, spreken we van een fiets. Voor wat wij een mens noemen, geldt hetzelfde.
"Als alle benodigde onderdelen erin aanwezig zijn, wordt de benoeming 'wagen' gebruikt. Net zo, waar de vijf groepen in aanwezig zijn, spreken wij van 'een levend wezen'."
S05-010
De werkelijkheid behoort hier te worden begrepen dat deze vijf groepen slechts een abstracte classificatie zijn die de Boeddha eraan heeft gegeven, maar dat zij als zodanig — dat wil zeggen, dat deze vijf groepen in hun geheel — geen werkelijk bestaan hebben, omdat alleen afzonderlijke bestanddelen van deze groepen, meestal variabel, op kunnen komen met elke staat van bewustzijn. Bijvoorbeeld: één en dezelfde eenheid van bewustzijn, kan slechts met één soort van gevoel — zoals blijdschap of verdriet — in contact komen, en nooit met meer dan één. Net zo kunnen er niet twee verschillende waarnemingen ontstaan op hetzelfde moment. Zo kan er ook, van de verscheidene soorten zintuiglijke herkenning of bewustzijn, er maar één op een bepaald moment aanwezig zijn zoals zien, horen of innerlijk bewustzijn, etc. Echter, van de 50 mentale formaties (sankhara), associëren er altijd een groter of kleiner aantal met een bepaalde soort van bewustzijn zoals we dat hierna zullen zien.
Sommige schrijvers over boeddhisme — die niet begrepen hebben dat de vijf groepen van hechten slechts geclassificeerde groepen zijn — hebben aangenomen dat zij compacte entiteiten zijn ('hopen', 'partijen' of 'aparte delen'), terwijl in feite, zoals hierboven uiteengezet is, deze nooit als zodanig bestaan, dat wil zeggen, dat hun bestanddelen nooit gelijktijdig verschijnen. Ook de afzonderlijke bestanddelen van een groep die in elk mentaal en fysiek proces aanwezig zijn, hebben een voorbijgaande aard, net zoals hun gevarieerde combinaties. Gevoel, waarneming en mentale formaties zijn enkel en alleen verschillende aspecten en functies van een enkele eenheid van bewustzijn. Ook deze bestanddelen bepalen voor het bewustzijn in kwestie wat roodheid, zachtheid, zoetheid, etc. is voor een appel, en hebben net zo'n klein afzonderlijk bestaan als de verschillende kwaliteiten van bewustzijn.
In de volgende rubrieken zullen we deze abstracte classificatie eens wat verder analyseren.
Korte definitie van de vijf groepen
In S22-056 verschijnt de volgende korte definitie van de vijf groepen:
"Wat, monniken, is de groep van lichamelijkheid? De 4 vooraanstaande elementen (maha bhuta of dhatu) en lichamelijkheid die daarvan afhankelijk is, wordt de groep van lichamelijkheid genoemd."
"Wat, monniken, is de groep van gevoel? Er zijn zes classificaties van gevoel: vanwege de visuele indrukken, de geluidsindrukken, de geurindrukken, de smaakindrukken, de lichamelijke indrukken en vanwege de mentale indrukken (...)."
"Wat, monniken, is de groep van waarneming? Er zijn zes classificaties van waarneming: de waarneming (of indrukken) van zichtbare objecten, van geluiden, van geuren, van smaken, van lichamelijke indrukken en van mentale indrukken (...)."
"Wat, monniken, is de groep van mentale formaties? Er zijn zes kwalificaties van wilshandelingen (kamma): met beschouwing van zichtbare objecten, van geluiden, van geuren, van smaken, van lichamelijke indrukken en van mentale objecten (...)."
"Wat, monniken, is de groep van bewustzijn? Er zijn zes classificaties van bewustzijn: oogbewustzijn, oorbewustzijn, neusbewustzijn, tongbewustzijn, lichaamsbewustzijn en geestesbewustzijn."
S22-056
De onafscheidelijkheid van de vijf groepen
Over de onafscheidelijkheid van de groepen wordt gezegd:
"Broeder, wat voor een gevoel er ook is, wat voor een waarneming er ook is en wat voor mentale formaties er ook zijn; deze dingen zijn verbonden (met iets anders) en staan niet los (van iets anders). Het is onmogelijk om het een van het ander te scheiden en het verschil aan te tonen. Want wat iemand ook voelt, wat iemand ook waarneemt; van dit, is iemand zich bewust."
M043
"Het is voor niemand mogelijk om het wegtreden uit één bestaan (uit de vijf groepen) en het intreden in een nieuw bestaan, of de groei, de uitbreiding en de ontwikkeling van het bewustzijn te verklaren, als dat onafhankelijk is van lichamelijkheid, gevoel, waarneming en mentale formaties."
S22-053
Voor de onafscheidelijkheid en de onderlinge voorwaardelijkheid van de 4 mentale groepen, zie paccaya (6; 7).
De onpersoonlijkheid en leegheid van de vijf groepen
Over de onpersoonlijkheid (anatta) en leegheid (suññata) van de vijf groepen wordt het volgende gezegd:
"Zo moet, monniken, elke soort van vorm (hetzelfde voor gevoel, waarneming, mentale formatie en bewustzijn) die in het verleden, in de toekomst of in het heden is verrezen, groot of klein, in je of buiten je, ondergeschikt of verheven, ver weg of dichtbij, met juist begrip aldus beschouwd worden: 'Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf[1].'"
Een andere uitleg over de schijnbare werkelijkheid van een blijvend ego:
"Stel je eens voor dat een man die niet blind is, de luchtbellen in de Ganges aanschouwt wanneer deze voorbijdrijven, en hij zou ze bekijken en zorgvuldig onderzoeken. Na ze zorgvuldig onderzocht te hebben, zullen ze hem voorkomen als zijnde leeg, niet echt, en zonder enige vaste substantie. Op precies dezelfde wijze beschouwt een monnik alle lichamelijke fenomenen (...) gevoelens (...) waarnemingen (...) mentale formaties (...) en staten van bewustzijn, of die nu tot het verleden behoren, het heden of tot de toekomst behoren (...) ver weg of dichtbij. En hij bekijkt ze en onderzoekt ze zorgvuldig. Na ze zorgvuldig onderzocht te hebben, zullen ze hem voorkomen als zijnde leeg, niet echt, en zonder enige vaste substantie."
S22-095
Gelijkenissen met de vijf groepen
De Boeddha geeft vijf treffende gelijkenissen om de veranderlijke natuur van de vijf aggregaten te verduidelijken. Hij vergelijkt fysieke vorm oftewel lichamelijkheid, met een hoop schuim, gevoel met een luchtbel, waarneming met een luchtspiegeling, mentale formaties met een woekerplant en bewustzijn met een illusie en vraagt: "Wat voor essentie, monniken, kan er nu zijn in een hoop schuim, in een luchtbel, in een luchtspiegeling, in een woekerplant, in een illusie?"
Zie de Khandha Samyutta (S. 22); Vis 14.
De ware betekenis van 'zelf' en 'geen-zelf'
De woorden 'ziel'; 'geest'; 'zelf'; 'ik'; 'essentie'; 'persoonlijkheid' zijn in het boeddhisme een louter conventionele uitdrukking (voharadesana) en geen aanduiding voor iets dat werkelijk bestaat.
Als we nadenken over de woorden 'zelf' en 'geen-zelf' etc., dan kan een denkfout snel worden gemaakt. Hoe we deze woorden moeten begrijpen is afhankelijk van de context waarin ze verschijnen.
De Boeddha onderwijst dat geen enkel fenomeen twee momenten hetzelfde blijft en dat het bestaan een dynamisch proces is van mentale en fysieke fenomenen oftewel dhamma's. Daarom kan er geen sprake zijn van een onveranderlijke entiteit zoals een ziel, geest, zelf, of welke vorm van persoonlijkheid dan ook. M.a.w.: elk denkbaar ding is 'niet-zelf' of 'geen-zelf' (anatta).
Als we anatta letterlijk nemen staat het dus (o.a.) voor 'onpersoonlijkheid'. Het tegenovergestelde woord atta staat dan voor 'persoonlijkheid'. Dit betekent echter niet dat de Boeddha leert dat atta staat voor onze ware natuur, het doel dat gerealiseerd moet worden. Dat de Boeddha dit woord (atta) gebruikt, is omdat hij zich aanpaste aan het taalgebruik van de mensen voor wie dit woord staat voor 'ziel'; 'geest'; 'zelf'; 'ik'; 'essentie'; 'persoonlijkheid', etc. In hun zoektocht naar bevrijding (vimutti) zijn mensen steeds op zoek naar iets (iets willen hebben), en die zoektocht gaat doorgaans gepaard met ideeën. Tegelijkertijd identificeren zij zichzelf met allerlei toestanden, gebeurtenissen of eenvoudig gezegd: dingen (dhamma's). Dit leidt tot problemen, moeilijkheden oftewel lijden (dukkha). Waar er ook een vastgrijpen is, daar is lijden. Dat is zo omdat elk ding binnen het gehele bestaan (pañca upadana kkhandha) het geconditioneerde (sankhata) is. Alle dingen zijn afhankelijk (nissito) van iets anders ontstaan. Ook ideeën behoren tot de groepen van hechten (pañca upadana kkhandha) die het gehele bestaan omvatten. Er is geen enkel ding dat op zichzelf kan bestaan. Alle dingen die de aard van opkomen (uppada) in zich hebben, hebben ook de aard van vergaan (vaya) in zich. Dingen veranderen voortdurend van toestand (thitassa aññatattam). Dit zijn de kenmerken van alle geconditioneerde dingen (sankhatalakkhanani). En dit is waarom de Boeddha — de Leraar van de Leer van geen-zelf (sattha anatta vadi) — zegt:
N'etam mama, n'eso'ham asmi, na me so atta.
Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf.
S22-059 — Anatta Lakkhana Sutta — De kenmerken van niet-zelf
Lijden heeft een belangrijke functie: het is een 'signaal' dat we nog niet thuis zijn, niet onze 'ware natuur' hebben gerealiseerd, niet volgroeid zijn (gotrabhu), dat we aan het bestaan kleven (bhava tanha), geconditioneerd zijn, dat we 'worden' (bhava). Nergens in het gehele bestaan kan zoiets als een 'zelf' (atta) worden gevonden. Geen van die dingen is onze ware natuur, ons thuis, ons ware 'zelf' — om het in de taal van de mensen te zeggen. Zolang we 'worden' kunnen we niet onszelf zijn, niet echt zijn. Aan 'worden' komt geen einde omdat het een cyclus is, een eeuwig durende rondzwerving (samsara). Maar aan echt zijn (akuttima) komt wel een einde omdat de grote taak waar elk wezen voor staat er dan opzit. Dan is 'wat gedaan moest worden gedaan' (katam karniyam). Dit 'einde' betekent niet dat er dan 'niets is'. Het is een staat (citta) van de geest die onverstoorbaar (aneñja) is, die niet verstoord (matheti) is omdat zulk een staat door niets kan worden beïnvloed (asava). Het is een staat van de geest die onvergelijkbaar (anuttara) is met wat dan ook in het bestaan en elk voorstellingsvermogen van geluk te boven gaat. Ook jij hebt het potentieel in je dit te bereiken. Als dit niet zo zou zijn, dan zou ik dit niet tegen je zeggen. Maar uiterst waakzaam zijn (appamada) is een vereiste.
Ons doel is dan ook niet het geconditioneerde (sankhata), maar het ongeconditioneerde (asankhata) hetgeen gelijk is aan Nibbana. Dat is onze ware natuur. Het is niet onze 'oorsprong' want het ongeconditioneerde is noch een oorzaak noch een gevolg van iets. Als het onze oorsprong zou zijn, dan zouden we 'teruggaan naar waar we vandaan kwamen', d.w.z. het oude. Maar Nibbana is niet het oude. Het ongeconditioneerde is altijd nieuw, precies zoals we mentaal ook dienen te zijn: altijd nieuw, altijd fris. Nibbana is ook niet iets waar je 'in gaat' of 'naar toe gaat'. Elk idee erover is het niet, want dat is door de geest gemaakt (cittakata), gefabriceerd (ook wel manomaya). Wat door de geest is gecreëerd oftewel wat binnen de groepen van hechten (pañca upadana kkhandha) valt, is instabiel (adhuva). Nibbana daarentegen is stabiel (dhuva). Het is 'de onveranderlijke plaats' (accutam thanam).
Het ongeconditioneerde kan alleen worden bereikt als je al het geconditioneerde (en alle conditionering (gedachte- en gewoontepatronen)) achter je laat. Zoals een slang zijn oude versleten huid van zich afschudt en daar nooit meer in terugkeert.
Het ongeconditioneerde is een staat van de geest die ontwikkeld (bhavetatabbam) moet worden. Die mentale ontwikkeling (bhavana) begint met de training in aandacht (avajjana) en door alle ideeën over 'zelf', 'ik' etc. over boord te gooien, te overwinnen (atta jinati). Zie zelfoverwinning.
Opsomming van de vijf groepen
In deze rubriek de vijf groepen systematisch opgesomd.
1 — De groep van lichamelijkheid (rupa kkhandha)
1-A — Niet afgeleid (geen upada rupa): 4 elementen.
Voor een nadere toelichting van deze 4 elementen, zie dhatu.
- Vastheid, of het aarde element (pathavi dhatu).
- Vloeibaarheid, of het waterelement (apo dhatu).
- Temperatuur, of het vuurelement (tejo dhatu).
- Beweging, of het windelement (vayo dhatu).
1-B — Afgeleide lichamelijkheid (upada rupa): 24 secundaire verschijnselen.
- Fysieke zintuigorganen van: zien, horen, ruiken, proeven, voelen.
- De fysieke zintuigobjecten hiervoor zijn: beeld, geluid, geur, smaak, lichamelijke indrukken (photthabba).
'Lichamelijke indrukken' (photthabba) worden gewoonlijk uit deze lijst weggelaten, omdat deze fysieke objecten of lichamelijke sensitiviteit, identiek zijn met het voorheen genoemde element van vastheid, temperatuur en beweging. Vandaar dat hun toevoeging onder de lijst van 'afgeleide lichamelijkheid' dubbelop zou zijn.
- Vrouwelijkheid (itthindriya).
- Mannelijkheid (purisindriya).
- Fysieke basis van de geest (hadaya vatthu).
- Lichamelijke uitdrukking (kaya viññatti).
- Verbale uitdrukking (vaci viññatti).
- Fysieke vitaliteit (rupa jivita.
- Ruimte element (akasa dhatu).
- Fysieke vlotheid (rupassa lahuta).
- Fysieke flexibiliteit (rupassa muduta).
- Fysiek aanpassingsvermogen (rupassa kammaññata).
- Fysieke groei (rupassa upacaya).
- Fysieke continuering (rupassa santati.
- Ouderdom (jara).
- Vergankelijkheid (aniccata).
- Voedsel (ahara).
Extra aanbevelingen
- Dhatu — Elementen
2 — De groep van gevoelens (vedana kkhandha)
Alle gevoelens kunnen, overeenkomstig hun aard, geclassificeerd worden in 5 soorten.
- Lichamelijk aangenaam gevoel (kayika sukha vedana).
- Lichamelijk onaangenaam gevoel (kayika dukkha vedana).
- Mentaal aangenaam gevoel (somanassa) = (cetasika sukha vedana).
- Mentaal onaangenaam gevoel (domanassa) = (cetasika dukkha vedana).
- Gelijkmoedig gevoel of neutraal gevoel (upekkha vedana) = (adukkha m asukha vedana).
Extra aanbevelingen
- Vedana — Algemene info over gevoelens
3 — De groep van waarnemingen (sañña kkhandha)
Alle waarnemingen zijn verdeeld in 6 klassen:
- Het waarnemen van een beeld.
- Het waarnemen van een geluid.
- Het waarnemen van een geur.
- Het waarnemen van een smaak.
- Het waarnemen van lichamelijke indrukken.
- Het waarnemen van mentale indrukken.
Extra aanbevelingen
- Sañña — Algemene info over waarnemingen
4 — De groep van mentale formaties (sankhara kkhandha)
Deze groep omvat 50 mentale fenomenen, waarvan er 11 neutrale psychologische elementen zijn, 25 verheven (sobhana) kwaliteiten (heilzame), en 14 karmisch onheilzame. Zie cetasika; Tabel II.
Extra aanbevelingen
- Sankhara — Algemene info over mentale formaties
5 — De groep van bewustzijn (viññana kkhandha)
De sutta's verdelen bewustzijn overeenkomstig de zintuigen, in zes klassen:
- Oogbewustzijn (cakkhu viññana).
- Oorbewustzijn (sota viññana).
- Neusbewustzijn (ghana viññana).
- Tongbewustzijn (jivha viññana).
- Lichaamsbewustzijn (kaya viññana).
- Geestesbewustzijn (mano viññana).
Echter, de Abhidhamma en commentaren, onderscheiden vanuit het karmisch oogpunt gezien, 89 klassen van bewustzijn. Raadpleeg Tabel I. De morele kwaliteit van gevoel, waarneming en bewustzijn, wordt bepaald door de mentale formaties.
Extra aanbevelingen
- Viññana — Algemene info over bewustzijn
Eindnoten
[1] N'etam mama, n'eso'ham asmi, na me so atta.
| RegID | 9v4h2YthYfP6oge |
|---|---|
| Bijgewerkt | 27 november 2023 10:33:00 |
| Auteur | Peter van Loosbroek — Ananda |
| Locatie | www.sleuteltotinzicht.nl |
| Copyright | Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm |
| Overig | Geen |
