Nieuwe en gewijzigde termen in het woordenboek

Blijf op de hoogte van belangrijke wijzigingen in het boeddhistisch woordenboek van Sleutel tot Inzicht.

Inhoudsopgave

Groep 06-03-2026

Groep 14-02-2026

Groep 25-01-2026

Groep 24-12-2025

Groep 21-12-2025

Op deze pagina vind je nieuwe termen die recent aan het boeddhistisch woordenboek zijn toegevoegd en/of waarbij belangrijke wijzigingen zijn doorgevoerd. Bij wijzigingen gaat het uitsluitend om een belangrijke content bij een term. Dus niet als er een kleine verwijzing is aangebracht of een woord anders wordt geschreven.

Een groep in deze, betref een groep termen die gelijktijdig aan het woordenboek zijn toegevoegd en/of gewijzigd. In de kop van elke groep staat de datum vermeld wanneer deze groep op deze pagina werd vermeld. Termen kunnen in een eerder geplaatste groep voorkomen vanwege een wijziging.

Er worden vaak nieuwe termen toegevoegd en/of gewijzigd. Soms heeft dit betrekking op een incidenteel geval of een klein aantal termen. In zulke gevallen wordt deze pagina in de meeste gevallen niet bijgewerkt. Dat zou én tijdrovend zijn én deze pagina wordt er dan niet overzichtelijker op. Deze termen worden dan verzameld en tegelijk met andere termen op deze pagina geplaatst, maar ze zijn wel al eerder in het woordenboek zelf opgenomen.

Nadat een paar groepen zijn geplaatst worden de laatst geplaatste groepen verwijderd.

Deze voorziening heb ik speciaal voor die mensen gecreëerd die de ware Dhamma bestuderen. Dat zij allemaal het doel mogen bereiken!

Woorden of een samenstelling van woorden kan vanwege een geautomatiseerde aanpassing worden/zijn gewijzigd. Op de pagina De planning voor Sleutel tot Inzicht lees je er meer over.

Groep 06-03-2026

De content van een term kan bij een volgende batch zijn gewijzigd. In het woordenboek zelf wordt altijd de recente content weergegeven.

adanimmadana

'Hoogmoed/eigendunk verpletteren'; 'ijdelheid wegnemen'; 'trots bedwingen'. Letterlijk: 'ontgiften van dronkenschap'.

addhuva

Zie adhuva.

adhuva

'Instabiel'; 'onbestendig'; 'niet duurzaam'; 'niet permanent'; 'niet eeuwig'; 'vergankelijk'. Synoniem: addhuva. Antoniem: dhuva.

agga

A.1 'Meest vooraanstaand', 'meest belangrijk'; 'hoogste'; 'allerhoogste'; 'voornaamste'; 'opperste'; 'ultieme'.

A.2 'Meest'; 'zeer'; 'extreem'; 'uitstekend'.

A.3 'Punt'; 'top'; 'piek'.

A.4 'Voornaamste' (onder); 'beste' (van); 'hoogste' (van); 'ultieme'.

A.5 'Uitkomst'; 'conclusie'; 'resultaat'.

B.1 'Hal'; 'kamer'; 'plaats'; 'positie'.

aggamakkhāyati

'Wordt beschouwd als de hoogste'; 'wordt gezegd dat het de beste is' (van). Zie A04-034.

aggappasāda

'Hoogste vertrouwen'; (of) 'vertrouwen in de voornaamste'. Zie A04-034.

ālayasamugghāta

'Ontwortelen van gehechtheid'; 'uitrukken van gehechtheid'; 'vernietiging van hechten'.

amhā

A. 'Wij zijn'.

B. 'Loeien'; 'het gebrul van een koe'.

ānubhāva

A. 'Pracht'; 'majesteit'; 'grandeur'; 'praal'.

B. 'Macht'; 'vermogen'.

C. 'Bovennatuurlijke kracht'; 'paranormale gave'.

anuppiyabhani

'Vleiend'; 'alleen zeggen wat je wilt horen'.

Een van de gedefinieerde slechte vrienden. Zie mitta.

appesakkha

'Van weinig invloed'; 'onbeduidend'; 'onbelangrijk'; (Com) 'zonder gevolg'. Letterlijk: 'weinig roem'. Synoniem: appaññāta. Antoniem: mahesakkha.

arahant

Zie arahat.

asassata

'Niet eeuwig'; 'niet eindeloos'; 'niet voortdurend'. Antoniem: sassata; nāsassata.

aṭṭha

Htw acht (8).

avippamutta

'Niet bevrijd'; 'niet vrijgelaten'; 'niet gered' (van). Synoniem: anissaṭa. Antoniem: vippamutta.

bho

(Respectvolle aanspreking, vooral tussen brahmanen) 'heer'; 'heren'; 'meester'; 'meesters'; 'vriend'; 'vrienden'; 'goede man'; 'goede mannen'. Grammatica: van bhavant.

cha

Htw zes (6).

ciraṭṭhitika

'Langblijvend'; 'voortdurend'. Letterlijk: 'langdurig'.

cittuttarāsa

'Terreur'; 'vrees'; 'angst'. Constructie: citta + uttarāsa.

cognitief

Cognitief verwijst naar alle mentale processen waarmee je informatie opneemt, verwerkt en gebruikt, zoals denken, leren en onthouden.

damma

A.1 'Getraind kunnen worden'; 'geschikt om getraind te worden'; 'tembaar'. Letterlijk: 'trainbaar'.

A.2 'Jonge stier'. Letterlijk: 'trainbaar'.

B.1 'We geven'.

dasa

Htw tien (10).

deseti

A. 'Onderwijst'; 'instrueert'; 'uitleggen' (iets aan); 'predikt'. Letterlijk: 'oorzaken om aan te wijzen'.

B. (vinaya) 'bekent'; 'geeft toe' (aan een feit dat).

C. 'Benoemt'; 'wijst toe'; 'wijst aan'. Letterlijk: 'oorzaken om aan te wijzen'.

dhammakāma

'Waarheidlievend'; 'Dhamma-liefhebber'. Constructie: dhamma + kāma.

dhuva

'Stabiel'; 'bestendig'; 'duurzaam'; 'permanent'; 'eeuwig'; 'onvergankelijk'; 'epitheton van Nibbana'. Synoniem: sanantana; sassata. Antoniem: addhuva; adhuva.

Zie ook accutam thanam.

dhuvamhāti

Constructie: dhuva + amhā + iti.

dīghāyuka

'Langlevend'; 'met een lange levensduur'.

dukkhabahula

'Vol problemen'; 'met veel moeilijkheden'. Antoniem: sukhabahula. Constructie: dukkha + bahula.

dullabha

'Moeilijk te vinden'; 'lastig te verkrijgen'; 'zeldzaam' (voor).

dvi

Htw twee (2).

eka

A. Htw één (1).

B. 'Een'; 'een bepaalde'; 'een enkele'.

C. 'Alleen'; 'alleenstaand'; 'afgezonderd'.

D. 'Hetzelfde'; 'een en hetzelfde'.

E. 'Iets'; 'een enkel ding'; 'een bepaald ding'.

F. 'Eenmaal'.

epitheton

Het epitheton is een term die verwijst naar een bijvoeglijk naamwoord of een kenmerkende kwalificatie die in vaste verbinding met een zelfstandig naamwoord wordt gebruikt. Het kan een lovend attribuut of een erenaam zijn, maar soms ook een negatieve eigenschap. In de literatuur en retoriek wordt het vaak gebruikt om een eigenschap of kenmerk van een wezen of object op een opvallende manier te benadrukken.

extern

Met intern en extern verwijzen we naar de 12 'bases' of 'bronnen' van de inwendige- en uitwendige zintuigbases. Zie ayatana B.

gāmī

A. 'Leidend'; 'gaand'; 'op weg' (naar).

B. 'Gaan'; 'bewegen'; 'wie gaat'.

C. 'Gemotiveerd'; 'bewogen'; 'gedreven' (door). Letterlijk: 'gaand'.

gata

A. 'Gegaan' (naar); 'ging' (voor).

B. 'Worden' (op een bepaalde manier); 'in (een bepaalde toestand) zijn'; 'in (een toestand) terechtkomen'.

C. 'Gerelateerd aan'; 'verwijzend naar'; 'soort van'; 'type van'; 'van een soort'.

D. 'Gaand'; 'lopend'. Letterlijk: 'gegaan'.

E. 'Liep'; 'reisde'.

F. 'Passeerde'.

intern

Met intern en extern verwijzen we naar de 12 'bases' of 'bronnen' van de inwendige- en uitwendige zintuigbases. Zie ayatana B.

kho

'Inderdaad'; 'zeker'; 'absoluut'; 'werkelijk' 'in werkelijkheid'.

lokiya magga

'Werelds pad'.

Het Edel Achtvoudige Pad (ariya atthangika magga) is een 'werelds pad'. Voor een toelichting van lokiya magga zie de rubriek De verwerkelijking van de vier bovenwereldse paden op De ontwikkeling van wijsheid. Ook in o.a. A04-034 verwijst de Boeddha hiernaar.

mahā

A. 'Groot'; 'omvangrijk'; 'krachtig'; 'groots'; 'immens'; 'uitgebreid'. Synoniem: uḷāra; oḷāra; bahu; bhūri; mahatī; mahanta; mahantī; mahalla; mahallaka; mahallikā; vipula.

B. 'Groot'; 'machtig'; 'sterk'; 'eminent'; 'vooraanstaand'; 'edel'. Synoniem: ariya; ugga; ucca; pavara; balasampanna; bhusa; mahatī; mahanta; mahantī.

mahānubhāva

'Van machtige kracht'; 'van machtige pracht'; 'van grote majesteit'; 'van grote pracht'. Letterlijk: 'grote pracht'. Constructie: mahā + ānubhāva.

mahesakkha

'Majestueus'; 'beroemd'; 'van grote invloed'; 'vooraanstaand'; 'belangrijk'; (Com) 'met een groot gevolg'. Antoniem: appesakkha.

mahiddhika

'Van grote bovennatuurlijke kracht'; 'magisch krachtig'. Constructie: mahā + iddhi + ka.

miga

A. 'Hert'.

B. 'Dier'; 'beest'.

migarāja

'Koning van de dieren'; 'heer van de dieren'; 'epitheton van een leeuw'. Constructie: miga + rāja.

ñāṇabhaya

'Cognitieve angst'. Zie o.a. A04-033; cognitief.

ñāṇasaṁvega

'De urgentie van de drang naar kennis'. Zie o.a. A04-033.

nāsassata

Antoniem: asassata.

nāthakaraṇa

'Bescherming bieden'; 'dienen als toevluchtsoord'. Zie o.a. A10-017.

nāthakaraṇādhammā

'Dingen die bescherming bieden'; 'zaken die een toevluchtsoord vormen'. Zie o.a. A10-017.

nava

Htw Negen (9).

niccamhāti

Constructie: nicca + amhā + iti.

nipuṇa

A. 'Fijn'; 'subtiel'; 'epitheton van Nibbana'. Synoniem: aṇu; sukhuma.

B. 'Scherpzinnig'; 'bekwaam'; 'slim'; (Com) 'wetende hoe je verfijnd werk moet verrichten'. Synoniem: paṇḍita.

pañca

Htw vijf (5).

paṇḍita

A. 'Wijs'; 'intelligent'; 'scherpzinnig'; 'geleerd'; 'deskundig'; 'bekwaam'. Synoniem: ñāṇī; dhīra; nipaka; nipuṇa; paññapaññavant; paññāṇavant; paññāvantmatimant; matīmant; mutimant; mutīmant; viññujātika; viññū; sapañña; sappañña. Antoniem: bāla; mūḷha; manda; apaṇḍita.

B. 'Een wijze'; 'intelligent persoon'; 'slim persoon'. Synoniem: dhīra; viññū. Antoniem: bāla; mūḷha; manda; apaṇḍita.

paṇḍitavedaniya

'Kan alleen door de wijzen worden begrepen'.

De Dhamma is subtiel (nipuṇa), d.w.z. dat de Dhamma alleen voor een scherpe waarnemer of een gevoelige geest waarneembaar is.

Constructie: paṇḍita + vedaniya.

Zie ook De weg van de wijzen; viññuhi.

paṇḍitavedaniyo

Zie paṇḍitavedaniya.

pariyāpanna

A. 'Uitgebreid'; 'grondig'; 'compleet'. Letterlijk: 'overal geweest'.

B. 'Opgenomen' (in); 'bevat' (in); 'deel' (van); 'behorend' (tot).

C. 'Omringd'; 'ingesloten'; 'omsingeld'. Letterlijk: 'overal geweest'.

pasanna

A. 'Helder'; 'zuiver'. Letterlijk: 'naar voren gericht'. Synoniem: parisuddha; pāvakavisuddha; sukka. Antoniem: paduṭṭha; appasanna. Grammatica: Vdw van pasīdati.

B. 'Die geloof heeft'; 'die vertrouwen heeft' (in). Letterlijk: 'naar voren gericht'. Antoniem: appasanna. Grammatica: Vdw van pasīdati (+Gen of +Loc).

C. 'Tevreden' (met); 'vol vertrouwen' (in); 'toegewijd' (aan). Letterlijk: 'naar voren gericht'. Synoniem: rata. Antoniem: appasanna. Grammatica: Vdw van pasīdati (+Loc).

D. 'Gelovige'; 'iemand die geloof heeft'; 'iemand die vertrouwen heeft' (in). Letterlijk: 'naar voren gericht'. Antoniem: appasanna. Grammatica: Mnl; Vdw van pasīdati (+Loc).

E. 'Transparant'; 'helder'. Letterlijk: 'naar voren gericht'. Synoniem: accha; setaka. Antoniem: appasanna. Grammatica: Vdw van pasīdati.

pasīdati

A. 'Helder'; 'is kalm'; 'wordt duidelijk'. Letterlijk: 'naar voren gericht'. Antoniem: nappasīdati.

B. 'Wint aan zelfvertrouwen'; 'raakt geïnspireerd'. Letterlijk: 'naar voren gericht'. Synoniem: pakkhandati. Antoniem: nappasīdati.

C. 'Is tevreden'; 'is verheugd'; 'is blij'. Letterlijk: 'naar voren gericht'. Synoniem: abhinandativippasīdati. Antoniem: nappasīdati.

D. 'Kalmeert'; 'neemt af'; 'wordt rustiger' (op). Synoniem: sannisīdati. Antoniem: nappasīdati.

pātubhāva

'Verschijning'; 'manifestatie' (van). Letterlijk: 'vooraan staan'. Synoniem: āvibhāva; paccupaṭṭhāna. Antoniem: apātubhāva. Constructie: pātu + bhāva. Grammatica: Mnl; Abst; Sam; van pātubhavati (+Gen).

pipāsavinaya

'Verwijderen van dorst'; 'verdrijven van zintuiglijk verlangen'.

piyasamudāhāra

'Het is prettig om met hem te praten'; 'het is een genot om met hem in gesprek te gaan'.

purisadammasarathi

'Trainer van mensen die te beteugelen zijn'.

Alleen mensen die zich voor de Boeddha openstellen kunnen beteugeld worden. Een echte leraar traint geen mensen die dat niet willen. Het is een van de kenmerken van de Boeddha.

Constructie: purisa + damma + sārathi.

Zie ook aveccappasada.

purisayuga

'Paar van mensen'; 'paar van individuen'.

rāja

A. 'Koning'; 'soeverein'; 'heer'; 'heerser'.

B. 'Koninklijk'.

sadevaka

'Met deva's'; 'met goden'.

sakkaya

'Persoonlijk bestaan'; 'individuele identiteit'; 'geest-lichaam complex'; 'belichaming'; 'belichaamd wezen'; 'mening dat iemand de eigenaar is van geest en lichaam'. Letterlijk: 'bestaande groep'.

Volgens de commentaren correspondeert het woord met sat kāya, 'bestaande groep', vandaar niet verwezen wordt naar het Sanskriet sva kaya, 'eigen groep' of 'eigen lichaam'. In de sutta's — bijvoorbeeld in M044 — wordt gezegd dat het een naam is voor de 5 groepen van het bestaan (pañca upadana kkhandha): "Sakkaya, o broeder Visakha, is volgens de Gezegende een naam voor de 5 groepen als de objecten van hechten (pañca upadana kkhandha)."

Zie ook sakkaya ditthi.

sakkāyanirodha

'Het einde van individuele identificatie'; 'het ophouden van persoonlijk bestaan'; 'het einde van het idee 'ik ben'. Constructie: sakkāya + nirodha.

sakkāyanirodhagāminī

'Wat leidt tot het einde van de individuele identificatie'; 'wat leidt tot het ophouden van het persoonlijk bestaan'; 'wat een einde maakt aan het idee 'ik ben'. Constructie: sakkāya + nirodha + gāmī.

sakkāyapariyāpanna

'Opgenomen in een geïndividualiseerd bestaan'; 'belichaamd in een individuele identiteit'. Constructie: sakkāya + pariyāpanna.

sakkāyasamudaya

'Oorzaak van individuele identificatie'; 'oorzaak van het idee 'ik ben'; 'oorsprong van het persoonlijk bestaan'. Constructie: sakkāya + samudaya.

santāsaṁ āpajjati

'Is doodsbang' (voor); 'vreest'; 'is bang'. Grammatica: Idiom; Mnl + Tt (+Gen).

sarathi

A 'Wagenmenner'; 'bestuurder'.

B (paard of olifant) 'trainer'.

C 'Trainer'; 'leider'. Letterlijk: 'wagenmenner'.

sassata

'Eeuwig'; 'onvergankelijk'; 'eindeloos'; 'voortdurend'; (Com) 'voor altijd bestaand'. Synoniem: dhuva; sanantana. Antoniem: asassata.

sassatamhāti

Constructie: sassata + amhā + iti.

sīha

'Leeuw'. Bekijk eens A04-033.

sīhanāda

A. 'Zelfverzekerde bewering'; 'gedurfde uitspraak'. Letterlijk: 'leeuwenbrul'.

B. 'Leeuwenbrul'. Zie Sīhanāda — De leeuwenbrul.

sugata

A. 'Het gaat goed'; 'het loopt voorspoedig'; 'goed gedaan'; 'gelukkig'; 'die de bestemming heeft bereikt'. Letterlijk: 'goed gegaan'. Grammatica: Adj; van gata.

B. 'De gelukkige'; 'de succesvolle'; 'een epitheton dat aan de Boeddha werd toegekend'. Letterlijk: 'goed gegaan'. Grammatica: Adj; van gata.

C. 'Standaard'; 'algemeen aanvaard'; 'een indicatie dat een bepaalde maat met drie vermenigvuldigd moet worden'. Grammatica: Adj; in Sams; van gata. Letterlijk: 'goed gegaan'.

Het is een van de kenmerken van de Boeddha en een epitheton dat aan de Boeddha werd toegekend. Zie aveccappasada; namen voor de Boeddha.

sukhabahula

'Buitengewoon comfortabel'; 'met veel goede eigenschappen'. Antoniem: dukkhabahula. Constructie: sukha + bahula.

sukka

A. 'Puur'; 'helder'. Antoniem: asukka; kaṇha; nissukka.

B. 'Goed'; 'positief'. Antoniem: asukka; kaṇha; nissukka.

C. 'Ster'; 'planeet Venus'. Letterlijk: 'helder'.

D. 'Sperma'; 'zaadcellen'. Synoniem: asuci; kara.

E. 'Wit'.

F. 'Deugd'.

sutvā

'Gehoord hebben'; 'geluisterd hebben' (naar).

tepi

'Ook zij'; 'en ook die'.

tradities

Het aanhangen van een traditie is een gewoonte uitvoeren die doorgeven is van de ene generatie op de andere. Hoewel een traditie ook een positieve kant kan hebben, hecht een discipel van de Boeddha niet aan tradities omdat dit gewoontepatronen oftewel conditionering in de hand werkt. Je doet dan iets omdat een ander dat ook doet waardoor je jezelf laat meeslepen door de massa. Zo kun je niet echt jezelf zijn. In de ware beoefening van het boeddhisme zijn al je acties spontaan, niet vooropgezet, niet beïnvloed of aangezet door andere dingen (asankharika citta), maar komen ze recht uit je hart.

ucca

A. 'Hoog'; 'lang'.

B. 'Edele'; 'onderscheidend'; 'eminent'; 'verlicht'. Letterlijk: 'hoog'.

uccesu

Grammatica: van ucca.

uḷāra

A. 'Uitmuntend'; 'verheven'; 'hoog'; 'edel'.

B. 'Enorm'; 'uitgebreid'.

uḷārapāmojja

'Groot geluk ervaren' (van); 'vol vreugde zijn' (in). Constructie: uḷāra + pāmojja.

utrāsa

'Angst'; 'terreur'; 'vrees'. Letterlijk: 'beven'. Synoniem: uttāsa; darasantāsa.

vaṇṇavant

'Mooi'; 'knap'. Letterlijk: 'met een mooie uitstraling'.

vaṭṭupaccheda

'Het doorbreken van de cyclus van het bestaan'; 'het verbreken van de cyclus van wedergeboorte'.

vedaniya

'Kan worden gevoeld'; 'ervaarbaar'; 'tastbaar'. Letterlijk: 'voelbaar'. Variant: vedanīya.

vimāna

A.1 'Minachting'; 'verachting'; 'arrogantie'. Letterlijk: 'iemand ertoe aanzetten om anders te denken'.

A.2 'Hoogmoed'; 'zelfmeting'; (Com) 'hoogmoed vanwege wedergeboorte' (in een hogere kaste). Grammatica: Ozn; van māna; Caus.

B.1 'Paleis'; 'herenhuis'; 'verblijf'.

vimānesu

Grammatica: van vimāna.

vippamutta

'Bevrijd'; 'vrijgelaten'; 'gered' (van). Synoniem: nissaṭa; mutta. Antoniem: avippamutta.

vippamuttassa

Grammatica: van vippamutta.

vriendschap

Vriendschap, althans goede vriendschap, is een erg belangrijk aspect binnen de mentale ontwikkeling en is binnen het boeddhisme daarom van grote waarde. Zie voor een mooie compilatie bij mitta.

yebhuyyena

'Meestal'; 'vrijwel allemaal'; 'min of meer'; 'over het algemeen'; 'grotendeels'; 'in de meeste gevallen'; 'voor het grootste deel'.

Groep 14-02-2026

De content van een term kan bij een volgende batch zijn gewijzigd. In het woordenboek zelf wordt altijd de recente content weergegeven.

addhā

A. 'Zeker'; 'ongetwijfeld'.

B. 'Vast en zeker'; 'absoluut'; 'definitief'. Variant: addham.

addham

Zie addhā.

anātha

A. 'Onbeschermd'; 'hulpeloos'; 'zonder ondersteuning'; 'noodlijdend'. Antoniem: sanātha.

B. 'Wees'.

anāthā

Van anātha.

anattani anattāti

'Wat niet-zelf is als zijnde niet-zelf' (beschouwen). Zie vipallāsa.

Constructie: anattanianattā + iti.

Dit betreft het juiste inzicht bij een niet-verdraaiing van: waarneming (nasaññāvipallāsa); bewustzijn (nacittavipallāsa); visie (nadiṭṭhivipallāsa).

anattani attāti vipallāsa

'De verdraaiing van wat geen-zelf is beschouwen als zijnde een zelf'. Zie vipallāsa.

Constructie: anattaniattā + itivipallāsa.

anicce

Grammatica: van anicca.

anicce aniccanti

'Wat vergankelijk is als zijnde vergankelijk' (beschouwen). Zie vipallāsa.

Constructie: anicce van aniccaanicca van aniccaṁ + iti.

Dit betreft het juiste inzicht bij een niet-verdraaiing van: waarneming (nasaññāvipallāsa); bewustzijn (nacittavipallāsa); visie (nadiṭṭhivipallāsa).

anicce niccanti vipallāsa

'De verdraaiing van wat vergankelijk is beschouwen als zijnde onvergankelijk'. Zie vipallāsa.

Constructie: anicce van aniccaniccaṁ + itivipallāsa.

anupādāya

'Niet vasthouden' (aan); 'niet vastgrijpen' (aan); 'losmaken' (van); 'geen bezit nemen' (van). Letterlijk: 'niet in de buurt komen'. Antoniem: upādāya. Grammatica: Ger van na upādiyati; Neg; Trans (+Acg). Variant: anupādā; nānupādāya.

asubhaṁ

Constructie: asubha + aṁ.

asubhanti

Constructie: asubhaṁ + iti.

asubhe

Grammatica: van asubha.

asubhe asubhanti

'Wat onaantrekkelijk is als zijnde onaantrekkelijk' (beschouwen). Zie vipallāsa.

Constructie: asubhe van asubhaasubhanti van asubhaṁ + iti.

Dit betreft het juiste inzicht bij een niet-verdraaiing van: waarneming (nasaññāvipallāsa); bewustzijn (nacittavipallāsa); visie (nadiṭṭhivipallāsa).

asubhe subhanti vipallāsa

'De verdraaiing van wat onaantrekkelijk is beschouwen als zijnde aantrekkelijk'. Zie vipallāsa.

Constructie: asubhe van asubhasubhaṁ + itivipallāsa.

attani

A. 'In zichzelf'; 'voor zichzelf'. Antoniem: anattani. Constructie: atta + ani. Grammatica: Mnl; Loc Ev van atta; atta groep. Variant: attanī.

B. 'Wanneer zelf'; 'wanneer zichzelf'. Antoniem: anattani. Constructie: atta + ani. Grammatica: Mnl; Loc Ev van atta; atta groep; Loc Abs.

attanī

Zie attani.

bhikkhave

'Monniken'. Synoniem: bhikkhavo. Grammatica: Mnl; Voc Mv van bhikkhu.

bhikkhavo

Synoniem: bhikkhave.

cattārome

'Deze vier' (catu).

catu

Htw vier (4).

cittavipallāsa

'Verdraaiing van bewustzijn'. Zie vipallāsa.

Dit wordt ook weleens vertaald als 'verdraaiing van de geest', wat niet echt fout is. Maar 'de geest' (mano) is een ruimer begrip. 'Verdraaiing van bewustzijn' is exacter omdat citta verwijst naar de staat van de geest waar het uiteindelijk om te doen is.

cittavipallāso

Grammatica: Znw Mnl Nom Ev van cittavipallāsa.

diṭṭhivipallāsa

'Verdraaiing van visie'. Zie vipallāsa.

diṭṭhivipallāso

Grammatica: Znw Mnl Nom Ev van diṭṭhivipallāsa.

dukkhaṁ

Constructie: dukkha + aṁ.

dukkhe

Grammatica: van dukkha.

dukkhe dukkhanti

'Wat lijden is als zijnde lijden' (beschouwen). Zie vipallāsa.

Constructie: dukkhe van dukkhadukkhanti van dukkhaṁ + iti.

Dit betreft het juiste inzicht bij een niet-verdraaiing van: waarneming (nasaññāvipallāsa); bewustzijn (nacittavipallāsa); visie (nadiṭṭhivipallāsa).

dukkhe sukhanti vipallāsa

'De verdraaiing van wat lijden is beschouwen als zijnde geluk'. Zie vipallāsa.

Constructie: dukkhe van dukkhasukhaṁ + itivipallāsa.

nacittavipallāsa

'Correct denken'; 'niet-begoochelde gedachte'; 'geen mentale hallucinatie'. Letterlijk: 'geen omkering van bewustzijn'. Antoniem: cittavipallāsa. Constructie: na + citta + vipallāsa. Grammatica: Mnl; Sam; Neg.

nadiṭṭhivipallāsa

'Correcte visie'; 'niet-begoochelde visie'; 'onvervormde visie'. Letterlijk: 'geen omkering van visie'. Antoniem: diṭṭhivipallāsa. Constructie: na + diṭṭhi + vipallāsa. Grammatica: Mnl; Sam; Neg.

nasaññāvipallāsa

'Correct waarnemen'; 'niet-begoochelde opvatting'; 'niet-omgekeerde waarneming'. Letterlijk: 'geen omkering van waarneming'. Antoniem: saññāvipallāsa. Constructie: na + saññā + vipallāsa. Grammatica: Mnl; Sam; Neg.

nātha

'Bescherming'; 'beschermer'. Antoniem: anātha.

sanātha

'Met bescherming'; 'met ondersteuning'. Antoniem: anātha.

sanāthā

Van sanātha.

saññāvipallāsa

'Verdraaiing van waarneming'. Zie vipallāsa.

saññāvipallāso

Grammatica: Znw Mnl Nom Ev van saññāvipallāsa.

subhaṁ

Constructie: subha + aṁ.

sukhaṁ

Constructie: sukha + aṁ.

Groep 25-01-2026

De content van een term kan bij een volgende batch zijn gewijzigd. In het woordenboek zelf wordt altijd de recente content weergegeven.

anatta

'Niet-zelf'; 'geen-zelf'; 'zonder-zelf'; 'ego-loos'; 'zelf-loos'; 'zielloos'; 'onpersoonlijk'; 'onwezenlijkheid'; 'instabiliteit'; 'leegheid'; 'nadelig'. Het is een van de drie kenmerken van het bestaan. Zie ti lakkhana.

anattā

'Onpersoonlijk'; 'niet-zelf'. Anattā is een verwijzing naar de alledaagse betekenis hiervan en is niet gelijk aan anatta. Meer uitleg hierover volgt.

anupadi sesa nibbana

'Nibbana zonder de groepen van het bestaan resterend'. Een Nibbana element. Constructie: an + upadi / na + upadi.

Zie ook nirodha; nibbana.

atta

A.1

'Ziel'; 'geest'; 'zelf'; 'ik'; 'essentie'; 'persoonlijkheid'.

Deze woorden (inclusief de oorden onder attā) zijn in het boeddhisme een louter conventionele uitdrukking (vohāradesanā) en geen aanduiding voor iets dat werkelijk bestaat.

Zie ook sakkaya ditthi; anatta; zelfoverwinning.

Grammatica: Mnl.

A.2 'Persoonlijk'; 'met betrekking tot zichzelf'. Grammatica: Adj.

B.1 'Opnemen'; 'accepteren'; 'aannemen'; 'grijpen'; 'vastpakken'. Letterlijk: 'genomen'. Grammatica: Ozn; Vdw van ādadāti.

B.2 'Opgenomen'; 'geaccepteerd'; 'aangenomen'; 'gegrepen'; 'vastgepakt'. Grammatica: Vdw van ādadāti.

Zie ook de pagina De ware betekenis van 'zelf' en 'geen-zelf'.

attā

'Persoon'; 'zelf'. Attā is een verwijzing naar de alledaagse betekenis hiervan en is niet gelijk aan atta. Meer uitleg hierover volgt.

cariya

'Gedrag'; 'handelswijze'; 'staat van leven'. Synoniem: apadāna; caraṇacāritta. Grammatica: Ozn; in Sams; van carati.

cittavipallāso

Grammatica: Znw; Mnl Nom Ev van cittavipallāsa.

diṭṭhivipallāso

Grammatica: Znw; Mnl Nom Ev van diṭṭhivipallāsa.

hayati

A. 'Slinkt'; 'vermindert'; 'daalt'; 'neemt af'.

B. 'Is inferieur'; 'is lager'.

hina

A. 'Laag'; 'inferieur'; 'gebrekkig'. Letterlijk: 'verminderd'. Synoniem: nīceyya; oma. Antoniem: ahīna. Grammatica: Vdw van hayati.

B. 'Verslagen'; 'weerlegd'; 'overwonnen'. Letterlijk: 'verminderd'. Synoniem: apāhata. Antoniem: ahīna. Grammatica: Vdw van hayati.

C. 'Afgedwaald'; 'verloren'; 'verdwaald'. Letterlijk: 'verminderd'. Synoniem: papatita. Antoniem: ahīna. Grammatica: Vdw van hayati.

D. 'Iets minderwaardigs'; 'iets ergers'. Letterlijk: 'verminderd'. Grammatica: Ozn; Vdw van hayati.

E. 'Lekenleven'; 'seculiere wereld'. Letterlijk: 'verminderd'. Grammatica: Ozn; Vdw van hayati.

F. 'Verminderd', 'gekrompen', 'weggekwijnd'. Letterlijk: 'verminderd'.

G. 'Verstoken' (van); 'gebrekkig' (aan); 'ontbrekend' (aan). Letterlijk: 'verminderd'. Synoniem: nihīna; parihīna. Antoniem: ahīna. Grammatica: Vdw van hayati; in Sams (+Instr).

nevasaññānāsaññāyatana

'Sfeer van noch waarnemen noch niet waarnemen'. Opmerking: Wordt ook geschreven als: n'evasaññān'āsaññāyatana. Constructie: na + eva + saññā + na + asaññā + āyatana.

n'evasaññān'āsaññāyatana

Zie nevasaññānāsaññāyatana.

nevasaññānāsaññāyatanūpaga deva's

'De goden van de sfeer van noch waarnemen noch niet waarnemen'. Opmerking: Wordt ook geschreven als: n'evasaññān'āsaññāyatanūpaga deva's. Zie deva. Constructie: na + eva + saññā + na + asaññā + āyatana + upaga + deva.

n'evasaññān'āsaññāyatanūpaga deva's

Zie nevasaññānāsaññāyatanūpaga deva's.

sa

A. (Gram) letter s.

B. 'Iemand'; 'dat'; 'het'; 'hij'.

C. 'Eigen'; 'van zichzelf'; 'eigen bezit'.

D. 'Zelf'; 'persoonlijk'.

C. (Gram) suffix; gebruikt om desideratieve werkwoorden te vormen.

E. 'Met'; 'hebbende'; 'aangetast door'.

F. 'hond' (??).

saññāvipallāso

Grammatica: Znw; Mnl Nom Ev van saññāvipallāsa.

saupadi sesa nibbana

'Nibbana met de groepen van het bestaan nog resterend'. Een Nibbana element. Constructie: sa + upadi + sesa + nibbana.

Zie ook nirodha; nibbana.

upaga

A. 'Op weg naar'; 'gaan naar'; 'naderend'. Letterlijk: 'in de buurt komen'.

B. 'Ervaren'; 'leven in'; 'ondergaan'; 'hebben'; 'met'. Letterlijk: 'in de buurt komen'.

C. 'Geschikt voor'; 'passend voor'. Letterlijk: 'in de buurt komen'.

D. 'Verdergaan'; 'voortgaan'; 'verder reizen' (naar een nieuw bestaan). Letterlijk: 'in de buurt komen'.

Opmerking: normaal ūpaga in Sams.

vohara

A. 'Verbale expressie'; 'benaming'.

B. 'Bijnaam'; 'alias'.

C. 'Bedrijfsactiviteit'; 'handel'; 'commercie'; 'zakelijke transacties'.

D. 'Manier van spreken'; 'communicatiemethode'; 'verbale omgang'.

E. 'Intentie'; 'strategie'.

F. 'Rechtsgeleerdheid'.

G. (Gram) 'gebruik'; 'gebruik van een woord'.

vohāradesanā

'Conventionele beschrijving'; 'conventionele uitdrukking'; 'conventionele uiteenzetting'. In tegenstelling tot een verklaring die waar is in de hoogste zin (paramatthadesanā). Het wordt ook sammuti sacca genoemd.

Zie ook paramattha.

Groep 24-12-2025

De content van een term kan bij een volgende batch zijn gewijzigd. In het woordenboek zelf wordt altijd de recente content weergegeven.

aṁ

Nasale medeklinker.

aniccaṁ

Grammatica: van anicca.

anicce

Grammatica: van anicca.

aññā

'Spiritueel inzicht'; 'ontwaking'; 'uiteindelijke kennis'.

aññati

'Weet'; 'begrijpt'; 'is gewaar' (van).

asabbha

A. (Van taal) 'onbeleefd'; 'vulgair'; 'grof'; 'onbeschaafd'. Letterlijk: 'niet geschikt voor een samenzijn van mensen'.

B. 'Onbeleefdheid'; 'vulgariteit'; 'slechte manieren'. Letterlijk: 'niet geschikt voor een vergadering'.

De term asabbha komt dus neer op asociaal gedrag. Zie Leraar en leerling.

Zie ook Dhp077 — De eerwaarden Assaji en Punabbasuka; asabbha ca nivaraye.

asabbha ca nivaraye

'Iemand weerhouden van asociaal gedrag en hem ervan weerhouden dat hij daar naartoe afbuigt'. Zie asabbha.

Constructie: asabbha + ca + nivaraye van nivaraya.

ca

A. 'En'; 'beide'. Grammatica: Onb; Vw.

B. 'Maar'; 'hoewel'; 'en als'. Grammatica: Onb; Vw.

C. (Gram) 'en'; 'evenals'; 'maar'; 'algemene voorwaarden zijn van toepassing op een regel'. Grammatica: Onb.

kāmatā

'Verlangen'; 'wens' (om). Letterlijk: 'gewenste toestand'.

kāmeti

'Verlangt'; 'hunkert'; 'is verliefd' (op).

kamya

'Verlangen naar'; 'begeren'; 'hunkeren naar'. Grammatica: Adj; in Sams; van kāmeti.

kamyatā

'Wens'; 'verlangen'; 'hunkeren'. Letterlijk: 'verlangende staat'. Constructie: kamya + . Grammatica: Vrl; Abstr; in Sams; van kamya (+Dat of +Inf).

kattukāmatāchanda

'Het verlangen en de wil om uit te voeren.' Constructie: kattuṁ + kāmatā + chanda.

kattukamyatā

'De wens om te doen'; 'het verlangen om uit te voeren'. Constructie: kattuṁ + kamyatā. Grammatica: Vrl; Abstr; Sams.

kattukamyatāchanda

'Wens, dat wil zeggen het verlangen om te doen'. Constructie: kattukamyatā + chanda.

kattuṁ

'Doen'; 'maken'.

makkha

A. 'Minachting'; 'anderen kleineren', 'afbreuk doen aan'; 'bezoedelen'. Letterlijk: 'uitgummen'. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

Zie ook makkha thambha.

B. Letterlijk: 'uitgummen'.

neyyattha

'Met een betekenis die moet worden afgeleid'; 'waarvan de betekenis interpretatie vereist'; 'met een impliciete betekenis'; 'met een onduidelijke betekenis'. Letterlijk: 'te worden geleid'. Antoniem: nitattha.

neyyatthadhamma

Een 'leer waarvan de betekenis impliciet is, of moet worden afgeleid' in tegenstelling tot een 'lering met een expliciete of evidente betekenis' (nitatthadhamma). Constructie: nitattha + dhamma.

In A01-060 (PTS) wordt gezegd: "Wie een sutta verklaart met een impliciete betekenis als een sutta met expliciete betekenis (en omgekeerd), zo iemand doet een valse uitspraak met betrekking tot de Gezegende." Zie paramattha.

niccaṁ

A. 'Continu'; 'altijd'; 'permanent'; 'eeuwig'. Constructie: nicca + aṁ. Grammatica: Onb; Bijw; Acg Ev van nicca.

B. 'Altijd'; 'in elk geval'. Constructie: nicca + aṁ. Grammatica: Onb; Bijw; Acg Ev van nicca.

C. 'Verplicht'; 'altijd'. Grammatica: van nicca.

niccanti

Constructie: niccaṁ + iti.

nirupadhi

A. 'Vrij van gehechtheid'; 'vrij van vastgrijpen'; 'niet als mijn eigendom beschouwen'; 'niet toe-eigenen'. Letterlijk: 'niet in de buurt plaatsen'.

B. 'Zonder bezittingen'; 'zonder verworvenheden'; 'zonder activa'. Letterlijk: 'niet in de buurt plaatsen'.

'Kiemen die het bestaan veroorzaken'. Zie ook upadhi.

nitattha

'Met een duidelijke betekenis'; 'met een expliciete betekenis'; 'met een eenvoudige betekenis'; 'met een van doorslaggevende betekenis'. Letterlijk: 'leidende betekenis'. Antoniem: neyyattha. Constructie: ConstructieUitgesteld.

nitatthadhamma

Een 'doctrine met duidelijke betekenis', in tegenstelling tot een 'doctrine met een betekenis die moet worden afgeleid' (neyyatthadhamma). Constructie: nitattha + dhamma. Zie paramattha.

Zoek ook neyyatthadhamma.

nivaraya

'Bedwingen'; 'inhouden'; 'onder controle houden'. Constructie: ni + vāraya + ti. Grammatica: Adj; in Sams; van nivarayati; Caus.

nivarayati

'Beperkt'; 'blokkeert'; 'voorkomt'; 'belemmert'; 'houdt in toom' (van). Synoniem: nivāreti; nisedhayati; rundhati; vāreti. Constructie: ni + vāraya + ti. Grammatica: Tt; Caus van nī √var; Trans (+Acg & +Abl).

nivarayi

'Geblokkeerd'; 'belemmerd'. Letterlijk: 'ertoe gebracht om te worden tegengehouden'. Synoniem: nivāresi; vāresi. Constructie: ni + vāraya + i. Grammatica: Aor van nivarayati; Caus; Trans (+Acg).

palasa

'Een dominante houding'; 'rivaliteit'; 'concurrentie'; 'twistziekheid'. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

parinibbuta

'Volledig overgaan', de dood van de Boeddha of van een arahat.

rupassa

Van rupa.

sesa

A. 'Overgebleven'; 'overblijfsel'. Synoniem: sesī. Antoniem: asesa; nissesa. Grammatica: Adj; van sissati.

B. 'Restanten'; 'overblijfselen'; 'restant'; 'overblijfsel'. Synoniem: avakkāra; sesaka. Grammatica: Mnl; van sissati.

C. 'Rest'; 'restant'. Grammatica: Ozn; van sissati.

seti

A. 'Ligt'; 'ligt rond'. Letterlijk: 'slaapt'. Grammatica: Tt; Intrans.

B. 'Slaapt'. Grammatica: Tt; Intrans. Synoniem: niddāyati; nipajjati; supati.

C. 'Leeft'; 'verblijft'; 'woont'. Letterlijk: 'slaapt'. Grammatica: Tt; Intrans. Synoniem: tiṭṭhati; paṭivasativiharati.

ta

A.1 'Dat'.

A.2 (Gram) letter t.

A.3 (Gram) primair achtervoegsel gebruikt voor het vormen van voltooid deelwoorden en zelfstandige naamwoorden.

A.1 'Zij'; 'die' (vrouwen). Grammatica: Pron; Vrl Nom Mv van ta.

A.2 'Die'; 'hen' (vrouwen). Grammatica: Pron; Vrl Acg Mv van ta.

B.1 (Gram) 'toestand van'; 'idee van'; 'begrip van'; 'feit van'. Grammatica: Suffix; Vrl; Abstr.

thambha

A. 'Pilaar'; 'paal'; 'kolom'. Letterlijk: 'steun'.

B. 'Trapleuning'; 'baluster'.

C. 'Stijfhoofdigheid'; 'koppigheid'. Letterlijk: 'stijf'. Een van de bezoedelingen van de geest. Zie upakkilesa.

D. 'Verlamming'; 'stijfheid'; 'bevroren zijn'. Letterlijk: 'stijf'.

Groep 21-12-2025

De content van een term kan bij een volgende batch zijn gewijzigd. In het woordenboek zelf wordt altijd de recente content weergegeven.

ajati

'Beweegt'; 'roert'.

akicca

A. (Iets wat) 'niet gedaan zou moeten worden'; 'niet gemaakt zou moeten worden'; Letterlijk: 'niet te doen'.

B. 'Niet te doen'.

amatassa dvara

'Deur tot de doodloze staat', d.w.z. Nibbana.

Wanneer er een bereidwilligheid is om te leren en jezelf te trainen, jezelf te overwinnen, dan wordt de weg oftewel de deur in deze idiomatische uitdrukking tot Nibbana geopend. In dit licht moet dit worden gezien. Door mensen die er niets van begrepen hebben wordt het ook wel vertaald als 'ingang naar Nibbana', maar Nibbana is niet een plaats waar je 'in gaat' omdat Nibbana het ongeconditioneerde is. Het is een staat die verwerkelijkt (sacchikatabba) moet worden.

anangana

'Zonder bezoedelingen'. Zie angana.

Constructie: an + angana.

ananganassa

'De persoon zonder bezoedelingen'. Zie anangana.

Constructie: an + anangana. Grammatica: van angana.

anattani

'In wat niet jezelf is'; 'binnen wat niet je ware natuur is'. Antoniem: atta. Constructie: na > an + atta. Grammatica: Mnl; atta groep; van na atta; Neg.

anattani attāti vipallāsa

'De verdraaiing van wat geen-zelf is beschouwen als een zelf'. Zie vipallāsa.

Constructie: anattani + atta + vipallāsa.

anavassuta

A. 'Niet sijpelend'; 'niet druipend' (van lust); 'niet etterend'; 'niet lekkend'. Letterlijk: 'niet naar beneden gestroomd'. Antoniem: avassuta.

B. 'Onbewogen'; 'onaangetast'; 'onbevlekt'; 'niet verdorven'. Letterlijk: 'niet naar beneden gestroomd'. Antoniem: avassuta.

anavassutacitta

'Wiens geest niet doordrenkt is (van lust)'; 'die niet mentaal doordrenkt is'; 'onaangetaste geest'. Zie Dhp038-039 — De eerwaarde Cittahattha.

Constructie: anavassuta + citta. Grammatica: Adj; Sam.

aneja

'Onverstoord'; 'onbewogen'; 'onverstoorbaar'; 'onwrikbaar'. Grammatica: Adj; van na ejati; Neg.

angana

A. 'Vlek'; 'bezoedeling'; 'smet'. Letterlijk: 'uitsmeren'.

B. (Van de geest) 'onreinheid'; 'onzuiverheid; 'verdorvenheid'. Letterlijk: 'uitsmeren'.

C. 'Binnenplaats'. Letterlijk: 'wandelpad'.

Angana's zijn bezoedelingen die ontstaan zijn uit hartstocht (raga), haat (dosa) en begoocheling (moha). Deze worden omschreven als angana's (letterlijk: 'open ruimtes'; 'speelplaatsen') omdat kwaad hier rond kan spelen (de vrije ruimte heeft) zonder remming. Ten tijde van de Boeddha werden 'bezoedelingen' ook wel omschreven als angana's. In etymologische zin, betekent angana ook 'de capaciteit om een persoon te bederven die bevuild is met bezoedelingen'. In sommige contexten impliceert angana 'smerigheid'. Een individu die zonder bezoedelingen is, wordt dan ook aangeduid als ananganassa.

arogya

A. 'Gezondheid'; 'welzijn'; 'vrijheid van ziekte'; Letterlijk: 'zonder ziektetoestand'. Synoniem: arogiya. Antoniem: rogya.

B. 'Geestelijke gezondheid'. Naam voor Nibbana. Antoniem: rogya.

assavana

A. (Van een zweer) 'afscheidend'; 'etterend'; 'sijpelend'; 'langzaam uit iets sijpelen of wegsijpelen'.

B. 'Niet horen'.

avassuta

'Sijpelend'; 'druipend' (van lust); 'etterend'; 'lekkend'. Letterlijk: 'naar beneden gestroomd'. Synoniem: assavana. Antoniem: anavassuta.

avimuttacittatta

'Het feit dat er geen sprake is van een bevrijde geest'; 'het feit dat er geen sprake is van een geëmancipeerd hart'. Constructie: na > a + vimutta + citta + tta / avimuttacitta + tta.

catu

Vier (4).

cittakata

A. 'Door de geest gemaakt'; 'mentaal gefabriceerd'.

B. 'Geschilderd'; 'versierd; 'aanlokkelijk opgemaakt'. Zie Dhp147 — Sirima de courtisane.

jana

'Weten'; 'zich bewust zijn' (van); 'begrijpen'. Grammatica: Adj; in Sams; van janati.

janati

'Weet'; 'begrijpt'.

kara

A. 'Doen'; 'maken'.

B. 'Sperma'; 'zaadcellen'. Letterlijk: 'doen'.

C. 'Hand'. Letterlijk: 'doen'.

D. 'Slurf van een olifant'. Letterlijk: 'doen'.

E. 'Straal'. Letterlijk: 'doen'.

F. 'Belasting'. Grammatica: Mnl.

G. (Gram) 'helpen'; 'ondersteunen'; 'bevorderen'.

karo

Grammatica: Mnl Nom Ev van kara.

karoti

A. 'Doet'; 'handelt'; 'voert uit'. Constructie: karo + ti. Grammatica: Tt; Trans (+Acg).

B. 'Maakt'. Constructie: karo + ti. Grammatica: Tt; Trans (+Acg).

C. 'Bouwt'; 'constructueert'. Constructie: karo + ti. Grammatica: Tt; Trans (+Acg).

kata

A. 'Gedaan'; 'klaar'; 'voltooid'. Zie o.a. katam karniyam.

Antoniem: akata. Variant: kaṭa. Grammatica: Vdw van karoti.

B. 'Iets gedaan'; 'uitgevoerde actie'. Letterlijk: 'klaar'. Antoniem: akata. Grammatica: Ozn; Vdw van karoti.

C. 'Gemaakt'; 'gebouwd'. Antoniem: akata. Grammatica: Vdw van karoti (+Gen).

D. '(Van goud) gevormd'; 'bewerkt'; 'gesmeed'. Letterlijk: 'gemaakt'. Synoniem: sampahaṭṭha. Antoniem: akata. Grammatica: Vdw van karoti.

E. 'Mat'; 'wang'. Grammatica: Mnl.

kicca

A. 'Zou gedaan moeten worden'; 'behoort gemaakt te worden' (door); Letterlijk: 'gedaan te worden'. Synoniem: karaṇīya. Antoniem: akicca. Grammatica: Pdw van karoti (+Instr of +Dat).

B. 'Verplichting'; 'plicht'; 'werk' (voor). Letterlijk: 'gedaan te worden'. Synoniem: karaṇīya. Antoniem: akicca. Grammatica: Ozn; Pdw van karoti (+Dat).

C. 'Iets dat gedaan moet worden'. Letterlijk: 'gedaan te worden'. Antoniem: akicca. Grammatica: Ozn; Pdw van karoti.

D. 'Met verplichtingen'; 'met taken'; 'met werk'. Letterlijk: 'gedaan te worden'. Grammatica: Adj; in Sams; Pdw van karoti.

E. 'Functie'. Letterlijk: 'gedaan te worden'. Antoniem: akicca. Grammatica: Ozn; Pdw van karoti.

papañca sañña sankha

Constructie: papañca + sañña + sankha.

Zie ook papañca.

sampiya

Van sampiyanta.

sampiyanta

'Vriendelijk behandelen'. Grammatica: Prp.

sampiyena

'Met wederzijds goedvinden'. Letterlijk: 'met wederzijdse liefde'. Grammatica: Onb; Bijw; Instr Ev van sampiya.

sankha

A. 'Meting'; 'telling'; 'berekening'.

B. 'Definitie'; 'classificatie'; 'concept'; 'categorie'.

C. 'Naam'; 'term'; 'benaming'; 'aanduiding'.

D. 'Onderscheidend'; 'discriminerend'; 'overwegend'; 'beoordelend'. Letterlijk: 'berekenend'.Variant: saṅkhāya.

E. (Gram) getal in woordvorming.

vijanata

'Door degene die het weet'. Letterlijk: 'door te weten'.

vijanatam

'Voor hen die het weten'; 'voor hen die het begrijpen'.

vijanati

A. 'Bevat'; 'begrijpt'; 'herkent'; 'onderscheidt'; 'is zich bewust' (van).

B. 'Leert'.

vijanato

'Voor iemand die het weet'; 'voor iemand die het begrijpt'. Letterlijk: 'omdat hij het weet'.

vijani

'Kende'; 'begreep'; 'waarnam'; 'herkende'.

vijaniya

'Weten'; 'begrijpen'; 'waarnemen'; 'herkennen'.

vijaññam

'Ikzelf kan het begrijpen'; 'ikzelf zou het kunnen begrijpen'.

vimutta

A. 'Bevrijd'; 'onafhankelijk'; 'vrijgelaten'; 'geëmancipeerd' (van).

B. 'Bevrijd' (door); 'bevrijd' (van); 'geëmancipeerd' (door).

C. 'Vastberadenheid'; 'doel'; 'gefocust'; 'vastberaden'; 'vastbesloten' (op).

D. (Gram) fenomenaal uitgesproken met open mond. Letterlijk: 'bevrijd'.