De ware betekenis van 'zelf' en 'geen-zelf'

Wat bedoelt de Boeddha nu feitelijk met 'zelf' en 'geen-zelf'? Wat is onze ware natuur en wat is het niet? Wat is de juiste richting voor onze mentale ontwikkeling zodat we absolute bevrijding van de geest kunnen verwerven?

De woorden 'ziel'; 'geest'; 'zelf'; 'ik'; 'essentie'; 'persoonlijkheid' zijn in het boeddhisme een louter conventionele uitdrukking (voharadesana) en geen aanduiding voor iets dat werkelijk bestaat.

Als we nadenken over de woorden 'zelf' en 'geen-zelf' etc., dan kan een denkfout snel worden gemaakt. Hoe we deze woorden moeten begrijpen is afhankelijk van de context waarin ze verschijnen.

De Boeddha onderwijst dat geen enkel fenomeen twee momenten hetzelfde blijft en dat het bestaan een dynamisch proces is van mentale en fysieke fenomenen oftewel dhamma's. Daarom kan er geen sprake zijn van een onveranderlijke entiteit zoals een ziel, geest, zelf, of welke vorm van persoonlijkheid dan ook. M.a.w.: elk denkbaar ding is 'niet-zelf' of 'geen-zelf' (anatta).

Als we anatta letterlijk nemen staat het dus (o.a.) voor 'onpersoonlijkheid'. Het tegenovergestelde woord atta staat dan voor 'persoonlijkheid'. Dit betekent echter niet dat de Boeddha leert dat atta staat voor onze ware natuur, het doel dat gerealiseerd moet worden. Dat de Boeddha dit woord (atta) gebruikt, is omdat hij zich aanpaste aan het taalgebruik van de mensen voor wie dit woord staat voor 'ziel'; 'geest'; 'zelf'; 'ik'; 'essentie'; 'persoonlijkheid', etc. In hun zoektocht naar bevrijding (vimutti) zijn mensen steeds op zoek naar iets, en die zoektocht gaat doorgaans gepaard met ideeën. Tegelijkertijd identificeren zij zichzelf met allerlei toestanden, gebeurtenissen of eenvoudig gezegd: dingen (dhamma's). Dit leidt tot problemen, moeilijkheden oftewel lijden (dukkha). Waar er ook een vastgrijpen is, daar is lijden. Dat is zo omdat elk ding binnen het gehele bestaan (pañca upadana kkhandha) het geconditioneerde (sankhata) is. Alle dingen zijn afhankelijk (nissito) van iets anders ontstaan. Ook ideeën behoren tot de groepen van hechten (pañca upadana kkhandha) die het gehele bestaan omvatten. Er is geen enkel ding dat op zichzelf kan bestaan. Alle dingen die de aard van opkomen (uppada) in zich hebben, hebben ook de aard van vergaan (vaya) in zich. Dingen veranderen voortdurend van toestand (thitassa aññatattam). Dit zijn de kenmerken van alle geconditioneerde dingen (sankhatalakkhanani). En dit is waarom de Boeddha — de Leraar van de Leer van geen-zelf (sattha anatta vadi) — zegt:

N'etam mama, n'eso'ham asmi, na me so atta.

Dit is niet van mij, dit ben ik niet, dit is niet mijn zelf.

S22-059 — Anatta Lakkhana Sutta — De kenmerken van niet-zelf

Lijden heeft een belangrijke functie: het is een 'signaal' dat we nog niet thuis zijn, niet onze 'ware natuur' hebben gerealiseerd, niet volgroeid zijn (gotrabhu), dat we aan het bestaan kleven (bhava tanha), geconditioneerd zijn, dat we 'worden' (bhava). Nergens in het gehele bestaan kan zoiets als een 'zelf' (atta) worden gevonden. Geen van die dingen is onze ware natuur, ons thuis, ons ware 'zelf' — om het in de taal van de mensen te zeggen. Zolang we 'worden' kunnen we niet onszelf zijn, niet echt zijn. Aan 'worden' komt geen einde omdat het een cyclus is, een eeuwig durende rondzwerving (samsara). Maar aan echt zijn (akuttima) komt wel een einde omdat de grote taak waar elk wezen voor staat er dan opzit. Dan is 'wat gedaan moest worden gedaan' (katam karniyam). Dit 'einde' betekent niet dat er dan 'niets is'. Het is een staat (citta) van de geest die onverstoorbaar (aneñja) is, die niet verstoord (matheti) is omdat zulk een staat door niets kan worden beïnvloed (asava). Het is een staat van de geest die onvergelijkbaar (anuttara) is met wat dan ook in het bestaan en elk voorstellingsvermogen van geluk te boven gaat. Ook jij hebt het potentieel in je dit te bereiken. Als dit niet zo zou zijn, dan zou ik dit niet tegen je zeggen. Maar uiterst waakzaam zijn (appamada) is een vereiste.

Ons doel is dan ook niet het geconditioneerde (sankhata), maar het ongeconditioneerde (asankhata) hetgeen gelijk is aan Nibbana. Dat is onze ware natuur. Het is niet onze 'oorsprong' want het ongeconditioneerde is noch een oorzaak noch een gevolg van iets. Als het onze oorsprong zou zijn, dan zouden we 'teruggaan naar waar we vandaan kwamen', d.w.z. het oude. Maar Nibbana is niet het oude. Het ongeconditioneerde is altijd nieuw, precies zoals we mentaal ook dienen te zijn: altijd nieuw, altijd fris. Nibbana is ook niet iets waar je 'in gaat' of 'naar toe gaat'. Elk idee erover is het niet, want dat is door de geest gemaakt (cittakata), gefabriceerd (ook wel manomaya). Wat door de geest is gecreëerd oftewel wat binnen de groepen van hechten (pañca upadana kkhandha) valt, is instabiel (adhuva). Nibbana daarentegen is stabiel (dhuva). Het is 'de onveranderlijke plaats' (accutam thanam).

Het ongeconditioneerde kan alleen worden bereikt als je al het geconditioneerde (en alle conditionering (gedachte- en gewoontepatronen)) achter je laat. Zoals een slang zijn oude versleten huid van zich afschudt en daar nooit meer in terugkeert.

Het ongeconditioneerde is een staat van de geest die ontwikkeld (bhavetatabbam) moet worden. Die mentale ontwikkeling (bhavana) begint met de training in aandacht (avajjana) en door alle ideeën over 'zelf', 'ik' etc. over boord te gooien, te overwinnen (atta jinati). Zie zelfoverwinning.

Extra aanbevelingen

Zie ook de groep pagina De kern van het ware boeddhisme.

Op groep pagina's zijn pagina's gebundeld omtrent een cruciaal onderwerp. Deze gebundelde pagina's noemen we sub pagina's. Ze werken gezamenlijk naar de betekenis en het doel van de groep pagina. In opbouwende en eenvoudige bewoording geven ze exact weer wat de Boeddha werkelijk heeft onderwezen.

Document info
RegID GLYBMWG5OPfvOyk
Bijgewerkt 24 januari 2026 12:26:08
Auteur Peter van LoosbroekAnanda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen