Cruciale levenslessen

Vanwege bezoedelingen is de wereld behoorlijk ziek. Zorg ervoor dat je zelf vrij bent van bezoedelingen zodat je vrij kunt leven in een zieke wereld.

Inhoudsopgave

Inleiding

Anders dan gewone mensen

Een menneke van 8 jaar

De oneerlijke leraar

Leren in de natuur

Zelfoverwinning

In de 3e klas

In de 4e klas

De kern van mijn levenslessen

De grote verdeeldheidzaaier

Prent dit goed in je geest

De kracht van kalmte

Leren had een heel andere betekenis

De LTS

Kinderen kleineren

Kleedkamers

Technisch tekenen

Mijn familie

Extra aanbevelingen

 

Het essentiële van Pali termen op STI

Op www.sleuteltotinzicht.nl worden vele links met Pali termen tussen de tekst gebruikt. Omdat Pali de taal is die in het oorspronkelijke boeddhisme (Theravada) gehanteerd wordt, leer je de zuivere betekenis ervan. De Boeddha vond het uitermate belangrijk dat wij zorgvuldig en onderzoekend zijn. Dit is de belangrijkste basis om de echte boeddhistische Leer, wat de Boeddha werkelijk heeft onderwezen, correct te leren begrijpen.

De Pali woorden kunnen soms, net zoals Nederlandse woorden, meerdere betekenissen hebben. Het zijn juist de Pali termen waardoor je de Dhamma sneller en beter gaat begrijpen, hoewel het natuurlijk even wennen is. Daarnaast zijn er ook synoniemen, equivalenten, antoniemen en varianten.

Het grote voordeel van de Pali termen is dat je dankzij deze termen heel gericht een onderwerp tot in details kunt onderzoeken en verbanden gaat zien waardoor het totale plaatje snel duidelijk wordt. Dit is de methode van de echte Dhammanuvatti die op weg is een edele discipel (ariyasavaka) te zijn.

Probeer altijd eerst een globale kennis over een onderwerp op te doen. Denk niet dat je meteen alle gerelateerde links op een pagina moet gaan volgen, want dan kom je in een eindeloze cirkel. Bovendien kun je niet altijd alles in één keer perfect kennen. Dat heeft tijd nodig. Door de artikelen vaker te lezen en de Dhamma in praktijk te brengen, leer je ook uit ervaring en zal je kennis gestaag toenemen totdat het 'tot volle wasdom' komt. Het zien van de ware Dhamma is een groot geluk.

Zie ook pariyatti.

Neem ook de pagina Studie tips door voor algemene waardevolle tips.

Inleiding

Een kant in de boeddhistische Leer dat veel mensen wellicht niet kennen, is dat door de controle van je zintuigen, je pas echt goed voor jezelf bent en goed voor jezelf kunt opkomen. Controle van de zintuigen is de weg van onrechtvaardigheid verlaten en de weg van gerechtigheid betreden. Dit is de weg naar een ongekend geluk.

Om werkelijk vrij te kunnen zijn van allerlei dingen en gebeurtenissen, is het van belang om niet vast te grijpen in het waarnemen. Dit niet vastgrijpen, deze innerlijke vrijheid, deze mentale onbewogenheid, is er niet plotsklaps; het is een proces dat ontwikkeld moet worden. Het is bovenal een proces van zelfoverwinning.

Elke keer wanneer je iets leert, neem je dat in 'je hart' mee. Dat 'hart' heeft meerdere levens nodig om volledig te kunnen ontwikkelen, om tot volledige wasdom te komen (gotrabhu). Op de pagina Het hart lees je meer over wat dat hart precies inhoudt.

Wat ik je ga vertellen raakt de essentiële kern van de Dhamma. Het weerspiegelt een stukje van het proces van 'de ontwikkeling van mijn hart'. Als Het hart goed ontwikkeld is, dan is er niets meer dat jou nog van je stuk brengt. Dan ben je 'onverstoorbaar' (aneñja).

Deze compilatie uit een klein deel van mijn leven, heb ik verteld zodat het voor jou een model kan zijn waaruit je veel kracht kunt putten. Uit mededogen (karuna) voor alle mensen. Niet louter om 'mijn verhaal' te vertellen. Want dit alles is Niet van mij. Juist dit is de essentie van deze boodschap. Dit artikel is dan ook een goede weerspiegeling van wie jouw auteur/leraar werkelijk is.

Als je dit artikel leest, zul je je zeer waarschijnlijk goed kunnen voorstellen, dat mensen — en zeker een kind van 8 jaar — een ernstig trauma kunnen oplopen onder de omstandigheden zoals ik in dit artikel schets. In mijn geval was er zeker geen sprake van een trauma. Dat is voorkomen omdat 'het hart' al voor lange tijd het correcte pad volgde om tot volle wasdom (gotrabhu) te komen. Hierbij gaat het in het bijzonder om het overwinnen van alle ideeën van 'ik' (attanuditthimuhacca), over zelfoverwinning.

Onderwijs.

Verder wil ik je nog graag meegeven, dat wanneer je wel getraumatiseerd bent, je dit zeker te boven kunt komen. Zelf heb ik dit niet te boven hoeven komen, omdat ik mezelf 'goed beschermd had' door 'het hart' te ontwikkelen.

Hulp nodig? Neem gerust even Contact op.

Vanwege bezoedelingen is de wereld behoorlijk ziek.

Zorg ervoor dat je zelf vrij bent van bezoedelingen
zodat je vrij kunt leven in een zieke wereld.

Peter van LoosbroekAnanda, auteur van sleuteltotinzicht.nl.

Anders dan gewone mensen

Vroeger dacht ik vaak dat de hele wereld tegen me was. Dat was natuurlijk niet zo, maar de oorzaak van waarom ik dat dacht, was omdat ik echt wel behoorlijk anders was.

Je zou aan jezelf kunnen gaan twijfelen (vicikiccha), maar het is belangrijk om altijd goed na te denken (manasikara) en vooral jezelf eerlijk te bespiegelen (sati). Dit leidt tot meer en meer zelfvertrouwen (saddha). Je kunt zoeken naar genegenheid (pema), dat mensen van je houden en dat je 'er bij wilt horen'. Maar zelfvertrouwen is veel belangrijker. Dat wordt op een gegeven moment zo sterk, dat je er niet eens meer bij wilt horen (bij de mensen die je niet waarderen, je minachten, je vernederen etc.). En dit is een goede ontwikkeling, want uiteindelijk ga je echt begrijpen (samma ditthi) wat er aan de hand is. Dit begrijpen zorgt voor 'het eruit stappen', het verlaten, het verzaken (nekkhamma). Dat mensen mij vernederden, ze mij minachtten (makkha) was voor mij een belangrijk proces waardoor het voor mij gemakkelijker werd om 'de wereld te verlaten'. Het altijd kiezen voor waarheid (sacca) is hierin zeer essentieel.

Het is van groot belang om altijd voor waarheid (sacca) te kiezen, de waarheid altijd op nummer 1 te plaatsen. Daarvoor is het nodig om heel eerlijk en rechtvaardig (ujukata) te zijn. Dit begint bij het eerlijk naar jezelf kijken. Nergens voor weglopen en alles onder ogen zien. Dit is 'jezelf overwinnen'. Alleen zo kun je waarheid zien. Alleen zo leer je 'de dingen zien zoals ze werkelijk zijn' (yathabhuta) omdat dit allemaal bij jezelf begint.

Met 'gewone mensen' worden vanuit boeddhistisch perspectief de 'wereldse mensen' bedoeld (puthujjana). En onder die gewone mensen, daarvan zijn er heel veel die een erg groot ego oftewel een dominant 'ik' hebben. Dit 'ik' versterkt eigendunk (mana). Dit feit heb ik vele malen in mijn leven heel duidelijk kunnen zien. Ook jij hebt hiermee te maken en het is belangrijk het te herkennen (sampajañña).

De Boeddha was natuurlijk heel rechtvaardig en daarom verwierp hij met kracht het vernederende kastenstelsel dat in die tijd (en nog steeds) door het brahmanisme werd en wordt gehanteerd. De directe oorzaak van de handhaving van het kastenstelsel is eigendunk (mana) dat verder versterkt wordt door het geloof in een 'zelf' (atta, sakkaya ditthi) en vastgehouden wordt door de ideeën van 'ik' (attanuditthimuhacca). Dit is waar tweedeling en discriminatie vandaan komt, over heel de wereld. Want het 'ik' is de grote verdeeldheidzaaier. Ik denk vaak terug aan Sunita, de vuilnisman die een monnik werd.

De Boeddha leert dat er 10 banden (saññojana) zijn die wezens aan lijden binden. Daarom is het essentieel om dat 'ik' te overwinnen. Mana markeert de 8e plaats binnen deze 10 banden.

Net zoals de Boeddha en zijn edele discipelen, was ook ik heel anders dan de gewone mensen. Wij zijn van 'een ander soort'.

Wanneer de geest een wasbeurt heeft gehad is hij zo helder als de ochtendzon.

Wanneer de geest een wasbeurt heeft gehad is hij zo helder als de ochtendzon.

Een menneke van 8 jaar

Toen ik 7 jaar was zat ik op een christelijke lagere school (dat was de gewoonte en er was niks anders). Je begon in de 1e klas (tegenwoordig zijn het groepen). De gebeurtenissen die ik je nu ga vertellen begonnen in de 2e klas. Ik was 8 toen jaar.

De school bestond uit drie gedeelten. In het voorste gedeelte was de 1e, de 2e en de 3e klas ondergebracht. In het middelste gedeelte de filmzaal. In het laatste gedeelte de 4e, de 5e en de 6e klas. De groep kinderen van de 2e klas was in tweeën gesplitst. Eén gedeelte van die groep werd in de filmzaal ondergebracht. In deze groep zat ik.

De ene kant van de filmzaal was als klaslokaal ingericht. Daar was het schoolbord en aan die kant zaten dus de kinderen. Aan de andere kant hing het filmdoek. Daar waren de stoelen opgestapeld voor wanneer er film gedraaid werd. En daar, bij die opgestapelde stoelen, kreeg ik een plaats. Alleen bij speciale gelegenheden was er film, maar voor mij draaide er elke dag een 'film' af. Want ik werd elke dag geconfronteerd met het feit dat ik door de leraar volkomen genegeerd werd. Ik was gewoon lucht voor hem. Stelde niks voor.

De indeling van de lagere school met de auteur van STI afgezonderd.

De indeling van de lagere school met de auteur van STI afgezonderd.

Ik werd apart gezet alsof ik een besmettelijke ziekte had. Dat was raar, want in de 1e klas was alles heel normaal. Ik had een lieve juf en heel veel vrienden. Ik vond het leuk op school. Maar de leraar van de 2e klas vond het nodig om mij apart te zetten. Zover mogelijk naar achter, ergens tussen de stoelen van de filmzaal in. Ik keek het gelaten af.

Soms mochten de kinderen leuke dingen doen zoals het werken met papier maché en kleien. Maar als er materiaal werd uitgedeeld, werd ik overgeslagen. Ik mocht niet meedoen, mocht geen deel uitmaken van de groep. Ook werd met de gehele klas aan een dorp gebouwd van karton en crêpepapier. Ik weet nog dat dat dorp op een grote plaat stond. Maar ik mocht niet meebouwen. Ik mocht alleen toekijken en dat deed ik dan ook; heel kalm (passaddhi) bekeek ik het hele gebeuren. En ik begon steeds beter te begrijpen hoe ziek deze wereld is.

Zelfs aan de leesles mocht ik niet deelnemen. De kinderen mochten om de beurt een stukje uit een boekje hardop voorlezen. Ik niet. En nadat er een paar zinnen voorgelezen waren, mochten de kinderen er vragen over stellen. En ik stak ook mijn vingertje op want ik wilde ook graag leren. De leraar liet dan alle kinderen om de beurt hun vraag stellen. Hij liep ze allemaal af en elke keer dacht ik: 'hij zal me toch niet alwéér overslaan?' Maar jawel hoor, hij deed alsof ik er niet was. En elke keer weer, het gehele jaar door, meerdere keren per dag, stak ik keer op keer mijn vingertje op zodat ik zeker wist dat hij niet kon zeggen dat hij me niet gezien had. Ik was per slot van rekening naar school gekomen om iets te leren. Maar elke keer was mijn poging om gezien te worden tevergeefs. Op het moment dat ik dit schrijf herinner me nog heel goed dat ik dit elke keer heel geduldig (khanti) verdroeg. En ik herinner me de staat van mijn geest (citta) nog goed, namelijk dat er geen verlangen (kamacchanda) was om gezien te worden, maar dat ik a.h.w. aan het testen was hoe de leraar in deze situatie stond. Ik wilde op allerlei fronten leren… Ook herinner ik me nu goed dat in het boekje waaruit werd gelezen, een duivel voorkwam…

Alle hierboven staande uitsluitingen golden niet voor slechts een dag of een week, maar voor het gehele schooljaar. Een menneke van 8 jaar… En dan helemaal afgezonderd achterin een filmzaal. Kun je je dat voorstellen?

Kinderen steken hun hand op om vragen te stellen.

De oneerlijke leraar

Er was heel veel geduld (khanti) in mij waardoor ik alles goed kon verdragen en steeds weer opnieuw pogingen deed om toch iets te leren. En de dingen die ik ervaarde, greep ik niet vast, ik liet me er niet door verstoren (iñjita). Mijn 'ik' speelde er geen enkele rol in (attanuditthimuhacca). Als ik ook maar één moment had toegegeven aan zelfmedelijden, dan zou ik er compleet aan onderdoor zijn gegaan. Hoewel ik nog helemaal niets wist over de Dhamma en dus nog nooit iets over boeddhisme had gehoord, kon Mara mij niet misleiden.

Thuis zei ik er niet meteen iets over. Dat is omdat Het hart geleerd had om dingen zelf op te lossen. Maar uiteindelijk vertelde ik het toch aan mijn ouders. Mijn vader zei me dat ik de leraar naar de reden moest vragen, waarom hij mij zo behandelde.

Ik besloot het advies van mijn vader de dag erna meteen op te volgen. Nadat in de namiddag de schoolbel die dag voor het laatst was gegaan, bleef ik even wachten totdat alle kinderen vertrokken waren. De leraar stond bij zijn bureau en was potloden aan het slijpen. Je weet wel, met zo'n dingetje wat je aan een tafel kunt vastmaken en dan aan een hendeltje moet draaien. Toen alle kinderen vertrokken waren, liep ik vol zelfvertrouwen (saddha) naar hem toe.

Ik wachtte eerst af om te kijken of hij het initiatief zou nemen om mij te vragen wat ik wilde, waarom ik daar zo stond. Ik wilde het uit hem laten komen. Maar er kwam niets uit hem. Ook nu negeerde hij me volledig. Dus vroeg ik: "Ik wil u vragen waarom ik nooit ergens aan mee mag doen". Dit zijn de exacte woorden die ik sprak. Ik zei dus niet: 'nooit nergens', want dat is zoals de 'gewone mensen' meestal spreken (dat is omdat de spraak niet wordt bespiegeld (sati)). 'Nooit ergens' en 'nooit nergens' zijn twee heel verschillende dingen!

Het enige wat de 'leraar' eruit kon krijgen was 'hmm hmm' (weet het nog heel goed). Daar kon ik het mee doen. En ik zei zoiets van: "Nou, dat is heel wat", en ik vertrok. Omdat de man geen duidelijkheid, geen verklaring gaf, erkende (abhiññeyya) hij niet wat er gaande was, wat hij uitspookte, en dat is niet eerlijk. Ik heb de rest van het schooljaar het negeren, het vernederen, het kleineren, geduldig (khanti) verdragen. Geen probleem voor mij. Maar het leuke ging er wel een beetje vanaf. Ik begon het een heel vervelende, zieke school te vinden. Waarom zijn mensen niet gewoon aardig en vriendelijk?

Onderwijs.

Leren in de natuur

In die tijd woonde ik niet in het dorp waar ik naar school ging (Nuland, Noord Brabant), maar in de hei tussen Nuland en Rosmalen. Ik was elke dag in de natuur te vinden waar ik heerlijk genoot. En ik leerde van de eenvoudigste dingen, zelfs van een grassprietje. Op het journaal had ik gezien dat tijdens een storm vrachtauto's van de weg waaiden en daken van de huizen. Maar het grassprietje was soepel, bood geen verzet en paste zich aan de omstandigheden aan. Het kon meebewegen op de stroom van het dynamische leven dat continu verandert (thitassa aññatattam).

Een grassprietje buigt met de wind mee. Past zich aan.

Een grassprietje buigt met de wind mee zodat het niet afbreekt. Het past zich aan de beweging van de wind aan.

Het leven is niet statisch maar dynamisch. Alles in het leven is in een voortdurende staat van verandering (thitassa aññatattam).

Als we niet star en stram van geest zijn, kunnen we meeveranderen en meebewegen op de stroom van een voortdurend veranderend bestaan. Dan beschikt de geest over aanpassingsvermogen (citta kammaññata).

En ik overdacht de dingen die ik op die school ervaren had en keek erop terug. Analyserend (patisambhida) van wat er zich zoal had voorgedaan en wat dat in diepe zin betekende. Ik probeerde er een helder beeld van te krijgen. Dit heet 'retrospectief terugblikken' (patisankha). Dit is belangrijk om zaken goed helder te krijgen en om heel zeker (saddha) te zijn.

Zelfoverwinning

Het is zeker niet dat ik aan mezelf twijfelde (vicikiccha), maar ik nam me voor om eens heel goed naar mezelf te kijken (anupassana). Mezelf goed onder de loep te nemen. Ik wilde heel zeker weten of er echt niets mis was met me. Dit was een belangrijk moment waarop Het hart 'de draad weer oppakte' om verder te ontwikkelen. Zo zie je dat 'vervelende dingen' of eenvoudigweg gezegd 'lijden' (dukkha) een belangrijke functie heeft. Want juist hierdoor werd ik kritischer en onderzoekender (dhamma vicaya). In de kern is dit een voortzetting van de satipatthana training. Een pad dat ik al veel vaker had bewandeld. Het is een oefening in zelfoverwinning. Eerlijk naar jezelf kijken zodat je je fouten kunt zien, herkennen en verbeteren. Dit is de enige weg (ekayana) tot volmaakte bevrijding. Een andere is er niet.

En ik observeerde mezelf — op 8 jarige leeftijd — of er misschien iets niet in orde was met me. Ik keek naar alle dingen die ik deed. Wat ik me goed herinner, is dat ik in het bijzonder mijn eigen geest beschouwde (cittanupassana). Ik wist niets van de Dhamma, maar Het hart 'pakte de draad op'. En het werd me snel duidelijk dat er niets was waardoor ik de behandeling verdiende die ik kreeg. En mijn zelfvertrouwen (saddha) nam gestaag toe.

Bodhi leaves.

En ik overdacht (manasikara) de ervaringen van het hele gebeuren en concludeerde: 'Ik ben niet ziek, maar deze mensen zijn ziek, heel erg ziek.' Zoals gezegd twijfelde ik niet aan mezelf, maar door jezelf nog eens goed onder de loep te nemen en de zaak goed te overdenken, groeit je zelfvertrouwen (saddha) daar nog meer door. Ik wist heel zeker dat er niets mis met me was. En ik ging steeds beter zien hoe ziek de wereld is. En ik was dolgelukkig dat ik compleet anders was dan de zieke man van de 2e klas.

In de 3e klas

In de 3e klas was alles weer normaal. Ik kom bij een aardige leraar die mij gewoon accepteerde. Hij had geen vooropgezette ideeën (sasankharika citta) en vooroordelen (sarambhapi) wat tot een verdraaide visie (diṭṭhivipallāsa) leidt. Hij heette overigens ook Peter. Ik kreeg er weer meer zin in. Veel later, toen ik +/- 60 was, kwam ik deze leraar tegen op een van mijn wandelingen. Hij was samen met zijn vrouw en hun hondje. Nadat de vriendelijke begroeting had plaatsgevonden, legde ik mijn arm om zijn schouder en zei tegen zijn vrouw: "Jouw lieve man heeft vroeger heel veel voor mij betekent. Hij heeft een erg goede daad (kusala) verricht door mij gewoon normaal te behandelen." En we spraken over wat er zich had afgespeeld. Ook hij wist het nog als de dag van gisteren en was er nog beduusd van.

In de 4e klas

Na de 3e klas dacht ik dat het allemaal wel weer normaal zou zijn, maar niets was minder waar. In de 4e klas kom ik bij het vriendje van de leraar uit de 2e klas. Ik zeg 'het vriendje' omdat deze twee altijd samen over de speelplaats liepen tijdens het speelkwartiertje.

Op de eerste dag van het nieuwe schooljaar mochten de kinderen zelf een plaatsje uitzoeken. Tegen mij werd gezegd: "Ga jij daar maar zitten", en hij wees naar een tafeltje dat tegen zijn bureau aan stond. Ik had er geen idee bij (geen papañca) wat dit betekende en wachtte het geduldig (khanti) af. Na enkele dagen werd het me duidelijk wat zijn intentie was. Het was niet bepaald een 'voorkeursbehandeling': zo kon hij me goed in de gaten houden en wellicht ook dat ik zo de andere kinderen 'niet kon besmetten'. Ik werd zeer waakzaam waardoor mijn oefening in indachtigheid (sati) geïntensiveerd werd. Ik zal toen 10 jaar zijn geweest.

Destijds was ik samen met nog twee kinderen, erg goed in tekenen. Ik had een strakke hand. Dit kwam ook naar voren in het schrijven. Ondanks dat werd mijn reken- en taalwerk nooit gewaardeerd met een punt. Nadat de leraar de reken- en taalopdrachten had nagekeken, werden de schriftjes weer teruggegeven. De andere kinderen hadden dan een punt voor hun werk gekregen. Maar onder mijn opdrachten trof ik nooit een waarde in de vorm van een punt aan. Als de kinderen het heel goed of netjes hadden gedaan, kregen ze een stempeltje waar ze heel blij mee waren. Dat stempeltje deed me helemaal niks[1]. Ik vond het maar een kinderachtig gedoe. Het ging er mij om waarvoor ik op school was. Ik wilde leren en serieus genomen worden. Maar er was geen punt, niks, nada. Een 0 zou nog iets geweest zijn. Ik heb een tijdje geprogrammeerd en wanneer er geen waarde is, dan heet dat — afhankelijk van het type data — Null, Empty, Nothing. Maar ik bleek helemaal niets waard te zijn voor deze 'leraar'. Hij was van hetzelfde kaliber als zijn vriend waarmee hij zo vaak over de speelplaats liep. Samen waren ze zoveel als Null, Empty en Nothing.

De kern van mijn levenslessen

En ik onderging het allemaal geduldig (khanti). Steeds observeerde ik de 'kermis' die zich voordeed zonder erin betroken te raken.

Wanneer het hart het pad van Dhamma bewandelt, dan wordt het door onrechtvaardigheid 'geraakt' in de zin dat onrecht een bijzondere aandacht (avajjana) krijgt. Zo werd onrechtvaardigheid de belangrijkste kern van mijn levenslessen en ontdekte en leerde (passati) ik de essentiële kernzaken van de Dhamma.

Er ontwikkelt zich een revolutionaire geest, een geest die in opstand komt tegen onrechtvaardigheid, die walgde (nibbida) van onrechtvaardigheid. Dhamma staat voor 'rechtvaardigheid'.

Het is altijd goed om te zien hoe het niet moet. Door te ontdekken (passe) wat de weg naar beneden is (niraya), ontdek je des te duidelijker de weg naar boven. Op vele momenten en onder verschillende omstandigheden heb ik dit mogen ontdekken. De Dhamma is overal, tijdloos en onpartijdig.

Vele malen, zowel in dit leven alsook in een lang vervlogen tijd, kwam het hart van gerechtigheid in confrontatie met onrecht. En telkens weer trok onrechtvaardigheid de aandacht en deed dit het Dhamma-hart verder ontwikkelen. Want ik koos voor het pad van rechtvaardigheid, niet dat van onrechtvaardigheid.

Onverstoorbaar (aneñja)

Onverstoorbaar (aneñja).

De grote verdeeldheidzaaier

Keer na keer verdroeg (khanti) ik het negeren oftewel de ontkenning (moha) van de leraren dat ik er was, de kleinering (attukkamsanaparavambhana), de minachting (mana). Twee jaren lang. Ook nu besefte ik goed dat ik op de school was om te leren. En ik wilde heel graag leren. Maar dit werd flink ontmoedigd. Althans het leren op een school zoals deze.

De leraar gaf geen reden waarom hij me geen punt gaf. Precies zoals zijn vriend van de 2e klas was hij daar niet open in. Bij een openheid van geest, wanneer hij eerlijk (ujukata) en indachtig (sati) zou zijn geweest, zou hij zijn eigen tekortkomingen hebben gezien, herkend (sampajañña) en erkend (abhiññeyya) en herkend en zijn excuses aan hebben geboden. Maar daarvoor hadden deze personen teveel eigendunk (mana). Beide leraren wilden en konden hun fouten niet zien vanwege hoogmoedswaanzin (mana). Dit is de zelfbegoocheling (moha). Fouten niet willen zien is ook zintuiglijk (kama). Zo krijgt Mara grote invloed (asava) op hen. En de belangrijkste basis hiervoor is zelfzucht (lobha) waardoor het idee van 'ik' sterk in hen blijft bestaan.

Dit soort volk zijn mensen die hun vak niet verstaan, maar denken dat ze het geweldig doen. Eigendunk (mana). Zulke mensen hebben geen greintje respect (apaciti) en vriendelijkheid (metta) in zich. Omdat het een christelijke school was 'moest' je (met de klas) naar de kerk. Daar zaten deze huichelaars altijd vooraan. Ik walgde (nibbida) er enorm van. Maar het stond dan ook in schril contrast met Het hart van deze toekomstige leraar.

Overwin altijd alle ideeën van 'ik' (attanuditthimuhacca). Want zo wordt je visie niet verblind en ga je de dingen zien zoals ze werkelijk zijn. Heb altijd veel respect (apaciti) voor wat de Boeddha ons heeft geleerd. Dat is van een heel andere wereld.

Onderwijs.

Prent dit goed in je geest

Het 'ik' creëert een tweedeling tussen 'ik' en 'de rest'. Eenheid, harmonie, vrede (vupasamaya) is dan onmogelijk. Zelfzucht (lobha, mamatta) is de grote verdeeldheidzaaier op elk gebied. De voeder van eigendunk (mana) dat het hechten aan meningen (ditthi) versterkt. Dit blokkeert het in de stroom treden (sotapatti). Zelfoverwinning is het sleutelwoord tot arahatschap.

Uit de Dhammapada:

103. Iemand kan duizend maal duizend mensen in de strijd overwinnen, maar degene die zichzelf overwint is de grootste overwinnaar op elk slagveld.

yo sahassam sahassena sangame manuse jine ekam ca jeyyam'attanam sa ve sangamajuttamo

De overwinning op jezelf overtreft de overwinning op duizend anderen in de strijd.

De kracht van kalmte

En op een dag dacht ik: 'Het zou kunnen zijn dat ik niet netjes genoeg mijn opdrachten maak, maar dan zou hij (de leraar van de 4e klas) dit ook kunnen aangeven. Ik ga enorm netjes werken en mijn stinkende best doen zodat ik heel zeker weet dat het niet daaraan kan liggen.' Zoals gezegd had ik een strak handschrift en met toegewijde aandacht en zorgvuldigheid kwam er een uitstekend stukje werk uit voort. En ik nam mezelf voor dat wanneer hij wederom mijn werk niet zou waarderen, ik er 'de pannen opleg'. Ik herinner me nog goed hoe vastbesloten (adhimokkha) ik in dit voornemen was.

En op een gegeven moment kwamen de schriftjes weer retour. Ik opende mijn schrift en jawel hoor, alweer geen punt. Ik was niet teleurgesteld, want er was geen enkele verwachting (geen verlangen (kamacchanda)) en er was dan ook geen 'ik' die zich hierdoor liet verstoren (iñjita). Ik keek slechts heel kalm (passaddhi) naar wat er was; ik was als een passieve toeschouwer. Ik liet me door niets op sleeptouw nemen, beïnvloeden (asava). Dat heeft allemaal geen zin. Maar het is essentieel om te begrijpen (vijañana) wat er aan de hand is, om de 'dingen te zien zoals ze werkelijk zijn' zodat je kunt herkennen (asammoha sampajañña) wat er zich voordoet. Er rees een enorm zelfvertrouwen (saddha) in mij op wat mijn vastbeslotenheid (adhimokkha) nog meer aanwakkerde.

Wees in mentaal opzicht als de onbeweeglijke kikker.

Wees altijd als een passieve toeschouwer, precies zoals deze kikker. Hij laat het 'ik' niet tussenbeide komen. Hij is stil, observeert slechts en doet verder niets. Dit leidt tot juist begrip (samma ditthi), tot wijsheid, tot bevrijding (vimutti).

Ik legde het schrift voor me op mijn tafeltje en deed verder niets. Ik wachtte rustig af wat er ging gebeuren. En toen kreeg de 'leraar' plotseling wel aandacht voor mij. 'Beginnen!', commandeerde hij, waarop ik kalm antwoordde: 'Heel zeker weten van niet. Ik doe helemaal niets meer.' — 'Eruit!', zei hij en hij wees naar de deur.

'Is goed', zei ik rustig. Ik stond op en moest achter hem langs lopen. Op dat moment hief hij zijn arm op om me te slaan. Zo ging dat vroeger vaak op die *school. In plaats van dit proberen te ontwijken door snel door te lopen, bleef ik juist stilstaan zodat hij alle gelegenheid had mij te slaan. Ik was heel rustig en keek hem recht en diep in zijn ogen die een golf van haat uitspuwde. Dit had geen vat op mij. Ik deed helemaal niets, ook mentaal was er niets, geen idee van 'hij gaat mij slaan' (attanuditthimuhacca). Ik voelde me dan ook helemaal niet bedreigd. En er kwam een kalmte over me heen die ik nog nooit tevoren ervaren had. Het was ongekend! Hij was de grote sterke man. Toch verbleekte zijn gestalte in vergelijking met de kracht van het kleine manneke dat vlak bij hem stond… Dit was de kracht van zelfvertrouwen (saddha). Nooit vergeten hè?! Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Het zijn heel mooie en belangrijke ervaringen.

Zijn hand zakte langzaam naar beneden en ik bleef hem steeds kalm, diep en doordringend aankijken met de kracht van zelfvertrouwen. Toen zijn arm helemaal gezakt was verliet ik in alle rust het klaslokaal. Nu was het de leraar die van de leerling een les had gekregen. Een veelzeggende les zonder woorden.

Onverstoorbaarheid (aneñja) kalmte (passaddhi) en vrede (vupasama).

Door niets vast te grijpen in je waarnemen laat je jezelf door niets verstoren (iñjita). Zo kom je op de correcte manier voor jezelf op. Zo behoud je je waardigheid. Zo overwin je alle onrecht en de kracht van Mara, inclusief zijn voltallige leger.

Waar Mara het onderspit delft, daar is kalmte (passaddhi), vrede (vupasama), onverstoorbaarheid (aneñja).

Leren had een heel andere betekenis

Ondanks ik heel graag leerde, was ik — vanwege de toestanden op de lagere school — helemaal niet meer gemotiveerd.

En ik dacht heel vaak: 'Om te leren ben ik van niemand afhankelijk (nissito). Ik mag leren wat ik maar wil, dit heb ikzelf in de hand en het staat me altijd vrij ter beschikking en het kost niets.' Het Dhamma-hart was blijkbaar al goed vertrouwd met een essentiële kern van de Dhamma, namelijk onafhankelijkheid (anissito) dat een ruim gebied omvat.

Hoe vrijer je bent,
hoe onafhankelijker (anissito) je wordt.

Hoe onafhankelijker je wordt,
hoe vrijer je bent.

Wanneer je volledig onafhankelijk bent,
ben je volledig vrij (vimutti).

Peter van LoosbroekAnanda, auteur van sleuteltotinzicht.nl.

De noodzakelijkheid om een intelligent (viññuhi) mens te zijn, zag ik als veel belangrijker dan het leren om 'een diploma op zak te hebben' (hoewel ik toen nog niet rationeel wist wat intelligentie precies is). Daarbij walgde (nibbida) ik van de houding van de 'leraren' op de lagere school. Wat een verbeelding (mana) hadden die van zichzelf! Ik zag hun karakter als zeer afkeurenswaardig (akusala), hoe je niet met mensen om dient te gaan. Het was voor mij overduidelijk dat wat zij hadden geleerd, helemaal geen intelligentie (viññu) was, al dachten ze zelf van wel. Dwazen houden er altijd een persoonlijke mening (ditthi) op na.

Later, toen ik de Dhamma van mijn echte en goede Leraar vernam, leerde ik nog beter en in de kleinste details, dat deze mensen erg werden gehinderd door bezoedelingen zoals eigendunk (mana) wat hun onwetendheid (avijja) en verkeerde inzichten (ditthi) versterkte. Zij behoren tot de categorie dwazen (bāla); niet tot intelligente personen (viññuhi).

De LTS

Bij het verlaten van de lagere school werd kinderen gevraagd wat ze graag wilde 'worden', maar ik hoefde niks meer te worden (grappig, zie bhava). Het ging er om om te bepalen naar welk voortgezet onderwijs je zou kunnen of willen. En ik zei zoiets van: 'Doe mij maar wat het makkelijkst is, de LTS of zo'. Dat werd het: de LTS. Daar ben ik alles bij elkaar een half jaar geweest. Vanwege sommige leraren, inclusief de hoofddirecteur, hing er een verstikkende sfeer. Ego's om van over je nek te gaan.

Ze zeiden op de lagere school dat ik best beter kon dan de LTS, maar ik had het wel zo'n beetje gezien in deze wereld, deze kermis[2]. Ik had me voorgenomen om mezelf zo goed mogelijk te beschermen. Het enthousiasme was er helemaal uit. Later, toen ik ging programmeren, deze website ontwikkelde en de Dhamma verkondigde, liep ik over van enthousiasme (piti). Elke dag weer. Wees dus nooit afhankelijk (nissito) van anderen. Zorg altijd zelf voor je eigen geluk.

Kinderen kleineren

Ik weet nog dat toen we de eerste 'gymles' kregen, we allemaal op een rij naast elkaar moesten gaan staan. De gymleraar nam een bal en legde die op 6-8 meter afstand van de kinderen. Hij nam een aanloop en schopte de bal richting de kinderen. Zoals ze dat ook doen bij voetbal wanneer een penalty genomen wordt. Na zijn eerste schot pakte de 'leraar' de bal en legde deze weer op de plek om zijn ziekelijke gedrag nog een keer of 10-15 te herhalen. De kinderen hielden hun handen voor hun geslachtsorgaan om het te beschermen, maar dat mocht niet van hem. 'Weg die handen!', zei hij dan.

Zulke personen hebben geen greintje vriendelijkheid (metta) en mededogen (karuna) in zich en bulken van eigendunk (mana). Er was geen enkele aanleiding tot het smeden van een vriendschappelijke band (mitta) tussen leraar en leerling wat erg belangrijk is. Geen harmonieuze sfeer, maar juist een sfeer die bol stond van verdeeldheid vanwege de ego's. Leuke kennismaking, hè!? Wat een sukkel (bāla).

Dezelfde gymleraar had zich ook eens een keer vergepen aan een leerling. Nou, dat heeft hij geweten! De leerling was een boerenjongen en zijn vader kwam op een gegeven moment even 'afrekenen' met de gymleraar. Hij is wekenlang niet op school geweest en er werd om gelogen dat hij 'uit de klimrekken gevallen was'.

Er waren daar drie gymleraren en ze hadden alle drie een enorm ego (mana). Ook dit vormde een kern van mijn levenslessen.

Kleedkamers

Er waren kleedkamers aanwezig, zowel bij de gym als bij het zwembad, maar daar mocht geen gebruik van worden gemaakt... De kinderen moesten allemaal bij elkaar in hun blootje gaan staan, als vee bij elkaar gedreven. Blijkbaar vond iedereen dit normaal, behalve ik. Er werd niets tegen gedaan, ook niet door de schoolleiding. Maar de revolutionist in mij stond op. Wanneer je gezond nadenkt (manasikara) dan kun je toch wel concluderen dat er iets niet in de haak is?! Dat die kleedkamers er niet voor niets zijn?! En zeker als je ziet dat een leerkracht telkens een kijkje komt nemen wanneer de kinderen daar in hun blootje staan?! Het was misselijkmakend. Ik werd er behoorlijk opstandig van en het leek wel of heel de wereld sliep… want niemand zei er iets van. Iedereen stemde ermee in (is zintuigelijke toegeeflijkheid (kama), d.w.z. alles maar prima vinden, een slappe houding hebben, niet er tegen optreden).

Ik weigerde om in m'n geboortepak te gaan staan. In de eerste plaats omdat er iets niet pluis was. In de tweede plaats omdat in Het hart reeds een factor was ontwikkeld waardoor ik me diep schaamde (hiri). Ik gaf dit bij de adjunct-directeur aan. Ik herkende hem als een goede en rechtvaardige man, wat niet van de hoofddirecteur gezegd kon worden. Ik mocht me omkleden in het toilet. Ik vond dat heel gênant tegenover de andere kinderen (dat ik een aparte behandeling kreeg), maar ik ben nooit iemand geweest die zich gedroeg als een schaap en uit gewoonte iets deed 'omdat iedereen dat deed'. Ook dit is een erg belangrijk aspect in de Dhamma. Zie conditionering.

De meeste mensen zijn als schapen.

De meeste mensen zijn als schapen. Ze lopen blindelings achter elkaar aan. Wat de een roept en doet, roept en doet de ander ook.

Technisch tekenen

We kregen technisch tekenen. En een keer kregen we de opdracht om zonder liniaal, dus uit de hand, met potlood op papier een zo recht mogelijke lijn te trekken (langs een voorgedrukte lijn). Ik had een zeer strakke hand, en veel geduld (khanti)… Toen ik m'n werk inleverde geloofde de leraar niet dat ik de lijn uit de hand getrokken had. Hij merkte op dat ik een liniaal had gebruikt, een ongegronde aanname (sarambhapi).

Wanneer de les afgelopen was, moesten we van die leraar de tafeltjes heel precies tegen de naad van de vloertegels plaatsen. Dat ging tot het extreme aan toe. De leraar liep dan de rijen af om te controleren of hij er iets op aan te merken had. Vóór mij zat Henry. Hij was erg klein en schriel gebouwd. Maar zijn tafeltje stond blijkbaar niet goed genoeg waarop de leraar hem een flinke stomp op z'n rechterschouder gaf. Henry kromp ineen van de pijn.

Meteen daarop zette ik mijn tafeltje een tegel naast de tegel verder waar het eigenlijk zou moeten staan. De leraar keek me aan. En ik keek hem aan. Heel kalm, maar met een doordringende, waarschuwende blik. Want hier deed zich onrecht voor… Henry's tafeltje stond een paar millimeter 'verkeerd'. Mijn tafeltje een veelvoud daarvan, een hele tegel zelfs. Maar mijn stille en waarschuwende blik sprak boekdelen. De 'leraar' had het blijkbaar begrepen.

Aannames (sarambhapi) versterken eigendunk (mana) en een verkeerde visie (ditthi). Tafeltjes moesten op de millimeter 'correct' staan, maar er was geen millimeter vriendelijkheid (metta) en mededogen (karuna) in deze mensen. Dit is wat er gebeurt als dergelijke dwazen (bāla) zich niet oefenen in de juiste gedachten (samma sankappa) om verkeerde gedachten uit te bannen.

Mijn familie

Dit is een onderdeel in mijn leven dat ronduit betreurenswaardig te noemen is. Ik had erg lieve ouders waar ik allebei een diepe band mee had. Veel respect wederzijds. Precies zoals het hoort te zijn. Met het overige van het gezin heb ik weinig vriendschap en harmonie mogen ervaren; in plaats daarvan zelfs een demonisering mijn richting. Ook mijn moeder had een dermate slechte ervaring met een van haar kinderen opgedaan, dat ze eens zei: 'Je kunt het haast niet geloven dat het je eigen kind is.' Waarschijnlijk heb ik hier genoeg mee gezegd.

Als iemand niet het goede in het goede ziet,
dan zal diegene geen respect hebben voor het goede.

Maar iemand die het goede in het goede ziet,
diegene zal respect hebben voor het goede.

Peter van LoosbroekAnanda, auteur van sleuteltotinzicht.nl.

Extra aanbevelingen

Zie ook de groep pagina Wat is het onverstoorbare?

Op groep pagina's zijn pagina's gebundeld omtrent een cruciaal onderwerp. Deze gebundelde pagina's noemen we sub pagina's. Ze werken gezamenlijk naar de betekenis en het doel van de groep pagina. In opbouwende en eenvoudige bewoording geven ze exact weer wat de Boeddha werkelijk heeft onderwezen.

Eindnoten

[1] Zie ook A08-006 — Lokavipatti Sutta — De wisselvalligheden van het leven.

[2] Toen mijn vader op zijn sterfbed lag, vroeg ik hem wat hij nu van het leven vond. Het kostte hem moeite om te spreken vanwege de ademnood waarmee hij kampte. Hij hief z'n linkerarm op en liet deze weer vallen en zei zachtjes: 'Het is net een kermis.'

Document info
RegID FfSSUOhph7rsXTQ
Bijgewerkt 13 februari 2025 18:12:32
Auteur Peter van LoosbroekAnanda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen