Algemene info over begeerte
Taṇhā
De algemene betekenis van begeerte in relatie tot belangrijke aspecten.
'Begeerte'; 'hebzucht'; 'hartstocht'; 'zelfzucht'; 'hunkering'; 'dorst'. Synoniem: rāga; lobha; abhijjhā; kāma.
Begeerte is een geïntensiveerde vorm van zintuiglijke verlangen (kāmacchanda).
Begeerte is de hoofdoorzaak van lijden en van de alsmaar continuerende cyclus van ontelbare wedergeboorten. In ethische zin betekent taṇhā: begeerte, hebzucht, hartstocht etc., maar psychologisch — en vanuit boeddhistisch perspectief gezien — betekent het 'het kleven van de geest aan mentale objecten'.
De meest frequente synoniemen voor taṇhā zijn rāga en lobha. Het is een van de drie immorele wortels (mūla).
In de tweede edele waarheid heeft de Boeddha drie vormen van begeerte aangegeven welke de hoofdoorzaak zijn van lijden:
"En wat, monniken, is de edele waarheid van de oorzaak (samudaya) van lijden? Het is de hunkering (taṇhā) die wedergeboorte (ponobhavika) veroorzaakt en welke gepaard gaat met zintuiglijke hartstocht (kāmarāga) hetgeen bevrediging zoekt in dingen, dan weer hier, dan weer daar, namelijk: hunkering naar zintuiglijke geneugten (kāmataṇhā), hunkering naar bestaan (bhavataṇhā), en hunkering naar niet-bestaan (vibhavataṇhā)."
D22 — Mahā Satipaṭṭhāna Sutta — De grote toespraak over de vier fundamenten van indachtigheid;
Vergelijkbaar: S56-011 — Dhammacakkappavattana sutta — Het in beweging zetten van het Wiel der Wet
Taṇhā is de 8e link in de formule van het afhankelijk ontstaan (paṭiccasamuppāda) en wordt geconditioneerd door gevoel (vedanā) dat weer geconditioneerd wordt door contact (phassa) etc. Zie o.a. paṭiccasamuppāda; D22; A03-061.
Met betrekking tot de 6 zintuigobjecten, zijn er 6 soorten van begeerten: begeerte naar vormen (rūpataṇhā), naar geluiden (sadda taṇhā), naar geuren (gandhataṇhā), naar smaken (rasa taṇhā), naar tastbare objecten (photthabba taṇhā) en begeerte naar mentale objecten en/of gehechtheid aan dogma's (dhammataṇhā). M009; D15
Er zijn 18 'gedachtestromen van begeerte' (tanhavicarita) die interne aanleiding geven en 18 die externe aanleiding geven. En omdat ze in het verleden, in het heden en in de toekomst verschijnen, zijn het er in totaal 108. Zie A04-199; Chattiṁsā sota — Zesendertig stromen van begeerte; Vibh 17 (Khuddakavatthu Vibhanga).
Met betrekking tot het drievoudige bestaan (de drie sferen, zie avacara), zijn er 3 soorten: begeerte naar de zintuiglijke wereld (kāmataṇhā), naar de fijnstoffelijke wereld (rūpataṇhā), en de onstoffelijke wereld (arūpataṇhā). Zie saṁyojanasaṅga; D33.
Over begeerte naar bestaan (bhavataṇhā) is gezegd:
Monniken, een eerste begin van begeerte (taṇhā) naar bestaan is niet bekend. Hiervóór, vóór dit moment, bestond er geen begeerte naar bestaan; en dus kwam het daarna in het bestaan. Zelfs als dit is gezegd, monniken, is het echter ook bekend dat: 'Begeerte naar bestaan hierdoor een voorwaarde heeft.' Monniken, ik zeg dat ook de begeerte naar bestaan met voeding is, niet zonder voeding. En wat is de voeding voor begeerte naar bestaan? Omtrent dit moet worden gezegd: 'onwetendheid' (avijjā).
Verkort. Voor de volledige versie, zie (A10-062).
"Onwetendheid en begeerte naar bestaan, worden 'de voor de hand liggende oorzaken die naar gelukkige en ongelukkige bestemmingen (koersen van bestaan (gati))' genoemd."
Vis 17: 36-42
| RegID | yUAw0CJy3buibgQ |
|---|---|
| Bijgewerkt | 12 februari 2024 16:09:35 |
| Auteur | Peter van Loosbroek — Ānanda |
| Locatie | www.sleuteltotinzicht.nl |
| Copyright | Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm |
| Overig | Geen |
