Mentale factoren
Cetasika
Samenwerkende mentale factoren zijn altijd verbonden met het gelijktijdig ontstane bewustzijn.
Inhoudsopgave
De secundaire algemene factoren
'Mentale factoren'; 'mentale dingen'.
'Mentale factoren'; 'mentale dingen' zijn die samenwerkende mentale factoren die verbonden zijn met het gelijktijdig ontstane bewustzijn (citta = viññāṇa) dat geconditioneerd wordt (zie paccaya) door de aanwezigheid van die mentale factoren. Ze bepalen het karakter (moreel, immoreel of neutraal) van de citta.
Hoewel citta, viññāṇa en mano synoniemen van elkaar zijn, is het belangrijk te weten dat er kleine verschillen zijn. Kijk even bij elk van deze definities afzonderlijk.
Waar in de sutta's alle fenomenen van bestaan opgesomd worden onder de aspecten van de vijf groepen van hechten (zie pañcupādānakkhandhā), namelijk: lichamelijkheid, gevoel, waarneming, mentale formaties en bewustzijn, plaatst de Abhidhamma hen doorgaans onder de drie psychologische aspecten: bewustzijn, mentale factoren en lichamelijkheid (citta, cetasika, rūpa).
Van deze drie aspecten (citta, cetasika, rūpa), vallen onder de mentale factoren (cetasika): gevoel en waarneming, plus de 50 mentale formaties (saṅkhāra's), zie voor saṅkhāra's ook Tabel II. Voor de duidelijkheid: de saṅkhāra's zijn de cetasika's minus gevoel en waarneming. Voor een beschrijving van de saṅkhāra's kan dus de lijst die hierna volgt worden geraadpleegd, maar dan moeten de factoren gevoel en waarneming worden uitgesloten.
De cetasika's zijn de 52 samenwerkende mentale factoren (saṅkhāra's plus gevoel en waarneming). Van deze zijn er 25 verheven kwaliteiten (hetzij karmisch heilzaam of neutraal), 14 karmisch onheilzaam, terwijl er 13 karmisch neutraal zijn; hun karmische kwaliteit hangt af van het feit of dat zij samengaan met heilzaam, onheilzaam of neutraal bewustzijn, zie Tabel I; viññāṇa.
Gebruik ook de tabellen Tabel I, Tabel II en Tabel III om een goed inzicht te krijgen in het geheel. Deze tabellen geven o.a. een nadere onderverdeling in de soorten van bewustzijn en mentale factoren. Ook de combinatie van Tabel I, Tabel II en Tabel III is zeer zinvol. Verder wordt er in de Technische tabellen meer informatie gegeven over dit complexe gebeuren.
De 52 mentale factoren
De 13 algemene factoren
Deze 13 mentale factoren worden 'mengelingen' genoemd (vimissaka), omdat ze vermengd kunnen worden met zowel moreel als immoreel bewustzijn. Het zijn daarom algemene factoren.
De primaire algemene factoren
De volgende 7 factoren worden 'sabba citta sadharana' genoemd (de primaire), omdat ze in elk bewustzijn voorkomen.
- Mentale indruk of contact (phassa).
- Gevoel (vedanā).
- Waarneming (saññā).
- Wil (cetanā).
- Concentratie (samādhi).
- Vitaliteit (jīvita).
- Alertheid (manasikara).
De secundaire algemene factoren
De volgende 6 secundaire (pakinnaka) worden zo genoemd omdat ze alleen in bepaalde typen bewustzijn voorkomen. Deze mentale factoren zijn dus niet neutraal ten opzichte van alle soorten van bewustzijn, maar dringen in sommige gevallen afzonderlijk in de samenstelling van bepaalde soorten van bewustzijn. Vandaar dat ze secundaire of afzonderlijke factoren worden genoemd. Als deze secundaire bij de primaire factoren worden gevoegd, zijn er 13 algemene factoren; en beide worden 'mengelingen' genoemd als ze samengevoegd zijn, omdat ze in de samenstelling van moreel en immoreel bewustzijn dringen.
- Aanvangende gedachten (vitakka).
- Aanhoudende gedachten (vicara).
- Energie (inspanning) (viriya).
- Vreugdevolle interesse (pīti).
- Verlangen 'om te doen' (chanda).
- Besluitvaardigheid, vastberadenheid (adhimokkha).
De 14 immorele factoren
Deze 14 mentale factoren worden onheilzame dingen (akusaladhamma) genoemd omdat het ware immorele aspecten zijn. De eerste 3 worden de 3 immorele wortels genoemd (mula), omdat ze de drie hoofdoorzaken van elke immoraliteit zijn.
- Hebzucht (lobha).
- Haat (dosa).
- Begoocheling (moha).
- Speculatieve opvattingen (diṭṭhi).
- Eigendunk (māna).
- Afgunst (issa).
- Gierigheid of jaloersheid (macchariya).
- Zorgelijkheid (kukkucca).
- Gebrek aan morele schaamte (ahirika).
- Gebrek aan moreel ontzag (anottappa).
- Rusteloosheid (uddhacca).
- Luiheid (thina).
- Traagheid (middha).
- Twijfel (vicikiccha).
De 25 verheven factoren
De nummers 48, 49 en 50 worden de drie 'onthoudingen' genoemd. De laatste twee, 51 en 52, worden de verheven verblijven of sferen genoemd (brahmavihāra). Een synoniem is 'onbegrensde staten' (appamaññā). In principe is de brahmavihāra viervoudig waarin de laatste twee worden aangevuld door liefdevolle vriendelijkheid (mettā) en gelijkmoedigheid (upekkha). Deze twee zijn echter al opgenomen in deze lijst van de 25 verheven mentale factoren: mettā valt hier namelijk onder alobha en upekkha onder tatramajjhattatā (equivalenten).
- 'Zonder-hebzucht' (alobha).
- 'Zonder-haat' (adosa).
- 'Zonder-begoocheling' (amoha).
- Geloof/zelfvertrouwen (saddha).
- Indachtigheid (sati).
- Morele schaamte/bescheidenheid (hiri).
- Moreel ontzag (ottappa).
- Evenwichtigheid van geest (tatramajjhattatā).
- Kalmte van de mentale groep (kāyapassaddhi).
- Kalmte van de geest (cittapassaddhi).
- Vlotheid van de mentale groep (kāyalahutā).
- Vlotheid van de geest (cittalahutā).
- Flexibiliteit van de mentale groep (kāyamudutā).
- Flexibiliteit van de geest (cittamudutā).
- Aanpassingsvermogen van de mentale groep (kāyakammaññatā).
- Aanpassingsvermogen van de geest (cittakammaññatā).
- Vaardigheid van de mentale groep (kāyapāguññatā).
- Vaardigheid van de geest (cittapaguññatā).
- Oprechtheid van de mentale groep (kāyujjukatā).
- Oprechtheid van de geest (citta ujukata).
- Juist spreken (sammāvāca).
- Juist handelen (sammākammanta).
- Juiste wijze van levensonderhoud (sammājīva).
- Mededogen (karuṇā).
- Meelevende vreugde (mudita).
Extra aanbevelingen
| RegID | MjNfb6ILS8BlJrk |
|---|---|
| Bijgewerkt | 5 oktober 2023 20:25:44 |
| Auteur | Peter van Loosbroek — Ānanda |
| Locatie | www.sleuteltotinzicht.nl |
| Copyright | Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm |
| Overig | Geen |
