De dertig monniken van Patheyyaka

Wijze mensen worden enthousiast bij het horen van de Dhamma, van essentiële zaken van het leven.

Een intelligent persoon haalt voordeel bij een wijze

065. Hoewel een intelligent persoon slechts een moment verbonden kan zijn met een wijze, kan hij de Dhamma onmiddellijk begrijpen, zoals de tong (onmiddellijk) de smaak van soep proeft.

muhuttamapi ce viññu panditam payirupasati khippam dhammam vijanati jivha suparasam yatha

Een intelligent persoon begrijpt de Dhamma via de wijzen snel, zoals de tong direct de smaak van soep proeft.

Als een intelligent persoon in contact komt met een wijs persoon, al is het voor een moment, dan zal hij snel de Dhamma begrijpen. Dit is hetzelfde als bij de tong die de verfijnde smaken van soep onmiddellijk proeft.

Dit vers kan nog meer gewaardeerd worden wanneer je het tegenover het vorige vers plaatst. In het vorige werd de lepel als voorbeeld gebruikt. Hoewel de lepel eindeloos smakelijk voedsel opdient, kan de lepel niet de smaak van voedsel waarderen, precies zoals een dwaas persoon de Leer niet kan waarderen, zelfs niet al blijft hij voor lange tijd in het gezelschap van wijze mensen. Maar een intelligent mens, zelfs al verkeert hij slechts voor een moment bij een wijs mens, zal de Dhamma snel begrijpen. Precies zoals de tong onmiddellijk de smaak van de soep proeft zodra die daarmee in aanraking komt.

Terwijl hij in het Jetavana Klooster verbleef, sprak de Boeddha dit vers, verwijzende naar dertig monniken van Patheyyaka.

Op een keer vermaakten dertig jongeren uit Paveyyaka zich met een prostituee in het Kappasika bos. Totdat de prostituee enkele van hun waardevolle sieraden stal en ermee wegrende.

Terwijl ze naar haar zochten in het bos, kwamen ze onderweg de Boeddha tegen en hij onderwees hen de Dhamma waardoor zij sotapatti phala bereikten. En toen de Boeddha zei 'Kom, monniken!', hetgeen hun inwijding impliceert, gehoorzaamden ze allemaal aan dit verzoek en sloten ze zich aan bij de Sangha van de Boeddha en volgden hem naar het Jetavana klooster. Tijdens hun monnikschap hielden ze zich strikt aan de dhutanga oefeningen. Na geruime tijd keerden ze van het bos (waar ze oefenden) terug naar het klooster en luisterden ze naar de Boeddha die sprak over talloze bestaansvormen (Anamatagga Sutta). En nog voordat ze hun zitplaatsen verlieten, verwierven al die monniken arahatschap.

De monniken begonnen in de Hal van Waarheid te spreken over hoe snel deze monniken de Dhamma te begrepen. Toen de Boeddha dit vernam, zei hij tegen hen: "Monniken, dit was niet de eerste keer dat deze dertig vrienden verkeerde daden begingen. Zij deden hetzelfde in een vorige bestaansvorm. Maar toen zij de religieuze instructie van de eerwaarde Tundila hoorden (in de Tundila Jataka), begrepen zij de Dhamma erg snel en namen zij de vijf regels (pañca sila) op zich. Het was louter vanwege deze verdiensten dat zij nu zo snel arahatschap verwierven, zelfs toen zij nog op hun zitplaats zaten.

Uitleg vertaling vers 65

viññu ce muhuttam api panditam payirupasati khippam dhammam vijanati yatha jivha suparasam

viññu: de wijze; ce muhuttam api: zelfs voor een moment; panditam: degene van volwassen wijsheid; payirupasati: verbonden met; khippam: onmiddellijk; dhammam: de Leer; vijanati: leert; yatha: net zoals; jivha: de tong; suparasam: (geniet) van de smaak van verscheidene gerechten.

Commentaar

Tip Voor een nadere uitleg van de essentie van het commentaar en meer, raadpleeg de link(s). Vaak zijn er meer verwijzingen.

Het voorbeeld van de smaak van voedsel in vers Dhp064 van de Dhammapada, wordt in vers Dhp065 voortgezet.

De smaak van voedsel is een universele menselijke ervaring. Daarom kan een voorbeeld dat geassocieerd wordt met de smaak van voedsel universeel gewaardeerd worden. In vers Dhp065 vergelijkt de Boeddha een wijs mens met de tong. De tong houdt 'het gezelschap' van veel verschillend voedsel en de tong kan 'met enthousiasme' verschillende smaken 'bespreken'. Dit is in volledig contrast met de lepel die niet weet hoe het eten smaakt, ondanks het feit dat de lepel zijn hele 'leven' in voedsel doorbrengt. Maar net zoals de tong onmiddellijk de smaak van voedsel kent, zo kent de wijze direct de 'smaak' van de deugdzame persoon zodra hij ermee in contact komt. Wijze mensen raken geënthousiasmeerd bij het horen van de Dhamma, maar dit is niet het geval bij dwazen.

jivha suparasam yatha: 'Zoals de tong de smaak van de soep kent'.

viññu: 'Intelligent'; 'geleerd'; 'wijs'; 'een wijs persoon'.

Document info
RegID Dhp065
Bijgewerkt 9 juni 2024 11:05:05
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen