Verdraaiingen
Vipallāsa Sutta
Van de ene verdraaiing ontstaat de andere verdraaiing.
De verstoring
Monniken (bhikkhave), deze vier (cattārome) zijn de verdraaiing van waarneming (saññāvipallāsa), verdraaiing van bewustzijn[1] (cittavipallāsa), verdraaiing van visie (diṭṭhivipallāsa). Welke zijn deze vier?
1. Het is de verdraaiing van waarneming (saññāvipallāsa), bewustzijn (citta) en visie (ditthi), dat hetgeen wat vergankelijk is beschouwd als zijnde onvergankelijk (anicce niccanti vipallāsa).
2. Het is de verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat pijnlijk is beschouwd als zijnde geluk (dukkhe sukhanti vipallāsa).
3. Het is de verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat geen-zelf is beschouwd als zijnde een zelf (anattani attāti vipallāsa).
4. Het is de verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat onaantrekkelijk (asubha) is beschouwd als zijnde aantrekkelijk (subha), (asubhe subhanti vipallāsa)[2].
Deze vier, monniken, zijn de verdraaiing van waarneming (saññāvipallāsa), de verdraaiing van bewustzijn (cittavipallāsa), de verdraaiing van visie (diṭṭhivipallāsa).
De niet-verstoring
Monniken, deze vier zijn de niet-verdraaiing van waarneming (nasaññāvipallāsa), de niet-verdraaiing van bewustzijn (nacittavipallāsa), de niet-verdraaiing van visie (nadiṭṭhivipallāsa). Welke vier?
1. Het is de niet-verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat vergankelijk is beschouwd als zijnde vergankelijk (anicce aniccanti).
2. Het is de niet-verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat pijnlijk is beschouwd als zijnde pijnlijk (dukkhe dukkhanti).
3. Het is de niet-verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat geen-zelf is beschouwd als zijnde geen-zelf (anattani anattāti).
4. Het is de niet-verdraaiing van waarneming, bewustzijn en visie, dat hetgeen wat onaantrekkelijk is beschouwd als zijnde onaantrekkelijk (asubhe asubhanti).
Deze vier, monniken, zijn de niet-verdraaiing van waarneming, de niet-verdraaiing van bewustzijn, de niet-verdraaiing van visie.
Het onvergankelijke in het vergankelijke waarnemen,
het plezierige in het pijnlijke waarnemen,
een zelf waarnemen in wat geen-zelf is,
en het aantrekkelijke in het onaantrekkelijke waarnemen.
Wezens nemen hun toevlucht in verkeerde opvattingen (ditthi),
hun geest verstoord (iñjita), hun waarnemingen verdraaid (vipallāsa).
Zulke mensen zijn gebonden door de banden van Mara,
en bereiken geen veiligheid van banden (ayoga kkhema).
Wezens continueren in samsara,
en gaan naar geboorte en dood.
Maar wanneer de Boeddha's in de wereld verschijnen,
en een schitterend licht naar voren sturen,
dan openbaren zij deze Dhamma die leidt
tot het bedaren van lijden (dukkha).
Wanneer zij dit horen,
vinden wijze mensen hun gezonde verstand terug.
Zij hebben het vergankelijke gezien als het vergankelijke,
en het pijnlijke als het pijnlijke.
Zij hebben geen-zelf gezien als wat geen-zelf is,
en het onaantrekkelijke als wat het onaantrekkelijke is.
Door de verwerving van juist begrip (samma ditthi),
hebben zij al het lijden overwonnen.
Eindnoten
[1] Ik gebruik hier 'bewustzijn' omdat citta letterlijk staat voor 'de staat van de geest'.
[2] Wat in werkelijkheid onaantrekkelijk is staat hier voor wat onwenselijk is oftewel het geconditioneerde (sankhata). Wat in werkelijkheid aantrekkelijk of wenselijke is, is het ongeconditioneerde (asankhata) oftewel Nibbana.
| RegID | A04-049 |
|---|---|
| Bijgewerkt | 14 februari 2026 09:33:37 |
| Auteur | Peter van Loosbroek — Ananda |
| Locatie | www.sleuteltotinzicht.nl |
| Copyright | Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm |
| Overig | Geen |
