Boeddhisme — Kamma, heilzame en onheilzame wilshandelingen

Kamma

Het zijn wilshandelingen en hun samenhangende mentale factoren die wedergeboorte veroorzaken.

Inhoudsopgave

Inleiding

Reïncarnatie of wedergeboorte?

Basiskennis

Wat is kamma?

Aankondiging Vaak wordt de suggestie gewekt dat de Boeddha onderwijst dat alles te wijten is aan kamma, maar dat is niet zo. Hierover zal binnenkort in dit artikel een nadere toelichting worden gedaan.

Inleiding

De Boeddha vond het erg belangrijk dat mensen begrijpen wat kamma is (kamma is Pali, karma is Sanskriet). Want als je kamma maakt, leidt dat tot wedergeboorte. Geboorte is een voorwaarde (paccaya) voor lijden want het gevolg is ouderdom, ziekte, dood etc., hetgeen ongewenst is. Het is dus zaak om geboorte te voorkomen en daarom is het belangrijk te weten wat kamma is.

Voor een degelijk begrip omtrent kamma is het goed om een licht te werpen op de concepten reïncarnatie en wedergeboorte. Wat zijn de verschillen? Daarnaast is een basiskennis van hoe de Boeddha een wezen en het bestaan heeft geclassificeerd van belang.

We kunnen zowel goed als slecht kamma maken. Onthoud dat kamma altijd tot wedergeboorte leidt. Vaak maken mensen bewust gunstig kamma, bijvoorbeeld omdat er een verlangen of zelfs een begeerte is om in een hemelse sfeer te worden geboren. Naast de heilzame mentale factoren die aan deze 'gunstige' geboorte bijdragen, zijn er dus ook onheilzame mentale factoren zoals begeerte bij betrokken. Natuurlijk kan je beter goed kamma maken dan slecht kamma, maar kamma leidt altijd tot wedergeboorte en uiteindelijk tot lijden.

Een niet-vooropgezette geest die zonder zelfzucht is, die tot volle wasdom is gekomen en dus heel echt is, maakt geen kamma meer. Dit kunnen we alleen door training bereiken. Voor zulk een getraind persoon is het geboorte proces volledig tot stilstand gekomen.

In de Dhammapada zijn er de volgende twee verheven verzen (Dhp153-154) die de Boeddha sprak op de dag van zijn verlichting juist tegen zonsopgang, hetgeen zijn transcendentale morele overwinning en zijn innerlijke spirituele ervaring helder weergeeft. Hij was gedwongen rond te dolen op deze lange reis (samsara) en als gevolg daarvan was hij onderhevig aan lijden omdat hij niet de architect van dit huis kon ontdekken en de ideeën van een zelf niet verstond.

153. Gedurende vele geboorten in samsara heb ik verwoed gezocht naar de bouwer van dit huis, maar niet gevonden. Het herhaaldelijk geboren worden, is vol met lijden.

anekajati samsaram sandhavissam anibbisam gahakarakam gavesanto dukkha jati punappunam

Tijdens de lange cyclus van samsara zocht ik naar de huizenbouwer, maar nooit vond ik die. Steeds weer geboren worden is lijden.

154. O bouwer van dit huis, nu heb ik je gezien! Jij zult nooit meer een huis bouwen. Al jouw balken zijn vernietigd, al jouw dakspanten zijn afgebroken! De geest heeft het Ongeconditioneerde bereikt, het ophouden van de begeerte is bereikt!

gahakaraka dittho'si puna geham na kahasi sabba te phasuka bhagga gahakutam visankhitam visankharagatam cittam tanhanam khayam ajjhaga

Huizenbouwer! Jij bent met de grond gelijk gemaakt! Jij zult niet meer bouwen. Mijn geest is voorbij begeerte gegaan.

Reïncarnatie of wedergeboorte?

Veel mensen geloven dat er een 'zelf' of een 'ziel' is dat van het ene leven naar het andere leven transmigreert wat in de regel 'reïncarnatie' wordt genoemd. Reïncarnatie is gebaseerd op het idee dat dezelfde persoon (ziel of zelf) in een ander leven verschijnt. Maar dit is niet wat de Boeddha onderwijst. De essentiële kern van zijn Leer is, dat de Boeddha onderwijst dat alle dingen — zowel mentale als fysieke fenomenen oftewel verschijningsvormen — vergankelijk zijn en daarom steeds veranderen. Vanwege dit vaststaand en onomstotelijk feit dat alle dingen eigen is, kan er niet zoiets zijn als een onveranderlijke ziel of zelf. Daarom wordt de Boeddha ook wel de Leraar van de 'Leer van geen-zelf' (Anatta Vadi) genoemd.

Ook onderwijst de Boeddha niet dat hetzelfde bewustzijn van het ene leven naar het andere leven over gaat. De Boeddha onderwijst wel dat er wedergeboorte is, maar niet in de zin zoals dit hiervoor als reïncarnatie is uitgelegd. De naam die je eraan geeft (reïncarnatie of wedergeboorte) is op zich niet zo belangrijk; het gaat om de betekenis.

Ik heb niet de verwachting dat middels dit artikel een volledig begrip omtrent wedergeboorte bij je zal ontstaan. Dit is wellicht een vergelijking die in de buurt komt: een brandende kaars is noch steeds dezelfde kaars, noch steeds een totaal andere kaars. Of deze: een rivier is aan zijn oorsprong een smal rustig stroompje, terwijl hij kilometers verderop een brede snel stromende rivier kan zijn. Noch dezelfde vanwege het stromen, noch een totaal andere.

Basiskennis

Om te begrijpen wat wedergeboorte is, en wat het proces van wedergeboorte genereert, is wat basiskennis nodig.

Wat we een mens of een wezen noemen, is kortweg gezegd verdeeld in vijf groepen: de fysieke vorm, waarnemingen, gevoelens, mentale factoren (zoals haat, vriendelijkheid, afgunst, sympathische vreugde (ten aanzien van het succes van anderen), hebzucht, vrijgevigheid etc.) en bewustzijn. De laatste vier omvatten het mentaal gebied dat we 'de geest' noemen. Bewustzijn is onlosmakelijk verbonden met elke andere groep. Zo zijn er 52 klassen van mentale factoren en 89 soorten van bewustzijn. Deze verschijnselen beïnvloeden elkaar kruislings, continu. En deze verschijnselen veranderen voortdurend en daarom is er steeds een andere staat van de geest. De verschillende staten van de geest volgen elkaar in een razend snel tempo op. De geest is dus zeer snel en daarom moeilijk te doorgronden. Dit geeft je misschien een goede indruk hoe complext het kan zijn, ondanks deze beknopte opsomming.

Omdat bewustzijn steeds verbonden is met elke andere groep binnen het mentale continuüm en de fysieke zijde, heeft het veel gelegenheid te 'kleven' aan waarnemingen, gevoelens, gedachten, aan het verleden, heden, toekomst etc. Door dit kleven 'vergaart' het bewustzijn. Het lijkt op iemand die van alles verzamelt, het in z'n huis stopt en er geen afstand meer van kan doen. Bewustzijn is een echte 'vergaarbak' die ons ernstig belast. Maar het is mogelijk deze last van ons af te werpen.

Wat is kamma?

Kamma betekent 'handeling', maar om precies te zijn duidt het op heilzame en onheilzame wilshandelingen (kusala cetana en akusala cetana) en hun samenhangende mentale factoren die wedergeboorte veroorzaken en de bestemming van wezens bepalen. Niet elke willekeurige handeling is dus kamma.

Belangrijk

Om onze kennis over kamma echt zuiver te houden, moeten we rekening houden met het volgende. In het algemeen worden wilshandelingen kamma genoemd. De wil echter, is een algemene mentale factor. Deze wordt in Tabel II (en/of onder cetasika) weergegeven als één van de 5 primaire formaties als cetana. Onder de algemene formaties vallen ook 6 secundaire formaties. De morele kwaliteit van deze 11 formaties hangt af van of zij samengaan met een karmisch heilzame, onheilzame, of een neutrale staat van bewustzijn. Daarom is niet elke willekeurige handeling kamma.

Om datgene dat tot wedergeboorte leidt heel precies aan te duiden, gebruiken we de definitie kamma cetana wat letterlijk 'karmische wilshandelingen' betekent. Het synoniem dat hiervoor in de commentaren vaak wordt gebruikt is ayuhana hetgeen 'ophoping' betekent. Deze kennis is belangrijk bij de bestudering van de leer van het afhankelijk ontstaan (paticcasamuppada).

Het maken van kamma is het 'ophopen' of het 'genereren' van kamma formaties (zie ook kamma cetana).

Het is belangrijk te beseffen dat, zolang er kamma geproduceerd wordt, er wedergeboorte en dus lijden zal zijn, of dat in een aangename of in een onaangename sfeer is. Geboorte, hoe aangenaam dan ook, is niet zonder consequenties, want het veroorzaakt uiteindelijk lijden omdat er ouderdom, ziekte, dood, weeklagen, pijn, smart en wanhoop op volgt. Als wij gevoegd worden bij aangename dingen (bijvoorbeeld geboren worden in een hemelse sfeer), betekent ook dat uiteindelijk lijden, omdat we ook daar eens van gescheiden zullen worden vanwege de vergankelijke aard die elke bestaansvorm eigen is.

De Boeddha leert dat een ding (een verschijnsel, een fenomeen) alleen kan ontstaan vanwege de afhankelijkheid van een ander ding; er moet dus een voorwaarde (paccaya) oftewel een 'voorwaardelijke conditie' voor zijn. Of: 'Wanneer dit er is (het conditionerende ding), ontstaat dat (het geconditioneerde ding).' Zonder het conditionerende ding, kan het geconditioneerde ding dus niet ontstaan. De leer van het afhankelijk ontstaan (paticcasamuppada) neemt dan ook een centrale plek in binnen de Leer van de Boeddha.

Ook om kamma te produceren (hetgeen het wedergeboorte proces (upapatti bhava) op gang brengt en daarom lijden in stand houdt) is een voorwaarde (paccaya) nodig. Maar het wedergeboorte proces kan worden gestopt door de voorwaarden ervoor weg te nemen.

Karmische wilshandelingen (kamma cetana) manifesteren zich als heilzame en onheilzame handelingen via het lichaam (kaya kamma), de spraak (vaci kamma) en de geest (mano kamma). Zo is de betekenis van de boeddhistische term kamma zéker niet de manifestatie van de gevolgen van handelingen en zeker niet het noodlot van de mens, of misschien zelfs van hele volkeren (het zogenaamde massale of groepskarma) waarover in sommige delen van de wereld dwaalbegrippen verspreid zijn.

De Boeddha zei: "Wilshandelingen (cetana), monniken, is hetgeen dat ik kamma noem (cetanaham bhikkhave kammam vadami), omdat iemand door het te willen de handeling uitvoert met het lichaam, met de spraak, of met de geest. Er is kamma, monniken, dat in de hel rijpt, kamma dat in de dierenwereld rijpt, kamma dat in de mensenwereld rijpt en kamma dat in een hemelse wereld rijpt. Hoe dan ook, de vrucht van kamma (kamma vipaka) is drieledig: dat wat tijdens dit leven rijpt (dittha dhamma vedaniya kamma), dat wat in het volgende leven rijpt (upapajja vedaniya kamma), en dat wat in latere levens rijpt (aparapariy vedaniya kamma)." A06-63.

De drie voorwaarden of wortels (mula) voor het ontstaan van onheilzaam kamma (wilshandeling) zijn: hebzucht (lobha), haat (dosa) en begoocheling (moha) (of onwetendheid).

De voorwaarden of wortels van heilzaam kamma zijn: onzelfzuchtigheid (alobha), zonder haat zijn (adosa) (liefdevolle vriendelijkheid, universele liefde, goodwill) en zonder begoocheling (amoha) (met wijsheid) zijn. Echter, bij heilzaam kamma is nog steeds minstens enige mate van begeerte en onwetendheid, want in de volledige afwezigheid van begeerte en onwetendheid wordt geen kamma meer gemaakt.

"Begeerte is een voorwaarde (paccaya) voor het ontstaan van kamma; haat is een voorwaarde voor het ontstaan van kamma; begoocheling is een voorwaarde voor het ontstaan van kamma." A03-109.

"De onheilzame handelingen ontstaan door drie soorten en zijn geconditioneerd door begeerte, haat en begoocheling."

"Doden, stelen, onwettige seksuele gemeenschap, liegen, lasteren, harde woorden, onzinnig geklets; als dat in praktijk gebracht wordt, gehandhaafd wordt en vaak ontwikkeld wordt, leidt dit tot wedergeboorte in de hel, of onder de dieren of onder de geesten." A03-040.

"Hij, die moord en wreed is, gaat of naar de hel, of als hij als een mens wordt wedergeboren, zal hij kort leven. Hij, die anderen kwelt zal getroffen worden door ziekte. De boosaardige zal er lelijk uitzien, de afgunstige zal zonder invloed zijn, de gierige zal arm zijn, de halsstarrige zal van lage komaf zijn, wie lui van geest is zal zonder kennis zijn. In tegenstelling hiervan, zal een mens in een hemelse sfeer worden wedergeboren of worden wedergeboren als mens, hij zal lang leven, mooi zijn, invloedrijk zijn, van edele komaf zijn en kennis bezitten." M135.

Voor de tienvoudige heilzame en onheilzame koersen van handeling, zie kamma patha. Voor de vijf afschuwelijke misdaden met onmiddellijk gevolg, zie anantarika kamma.

"Student, wezens zijn eigenaren van hun daden (kamma), erfgenamen van hun daden; zij zijn gevormd door hun daden, zij zijn verbonden aan hun daden, zij hebben hun daden als hun thuisbasis. Het is door de daad waardoor wezens minderwaardig of voortreffelijk zijn." M135.

"Wezens zijn eigenaren van hun kamma, erfgenamen van hun kamma. Het kamma is de baarmoeder van waaruit zij worden geboren, hun kamma is hun vriend, hun toevlucht. Welk kamma zij ook produceren, goed of slecht, daarvan zijn zij de erfgenamen."

Een arahat genereert geen kamma meer oftewel hij hoopt geen kamma formaties (kamma sankhara) meer op.

Zie ook

Document info
RegID leer-006-03-overigeDefinities
Bijgewerkt 13 november 2021 11:36:02
Auteur Peter van Loosbroek — Ananda
Locatie www.sleuteltotinzicht.nl
Copyright Zie a.u.b. copyright www.sleuteltotinzicht.nl/glb_copyright.htm
Overig Geen