In deze toespraak adviseert de eerwaarde Sariputta de bekende donateur van de Sangha, Anathapindika. Het betreft hier een essentieel raakvlak binnen de boeddhistische Leer, namelijk de vermijding van 'mijn'. Dit komt neer op de vermijding van zelfidentificatie want dat is een kardinaal punt voor veel problemen. Zelfidentificatie wordt teweeggebracht door begeerte, uit begeerte komt hechten. Wanneer er in zulk een toestand wordt waargenomen (een handeling met begeerte), speelt het ego al snel een dominante rol hetgeen waar inzicht in de weg staat. Dat is waar problemen en lijden ontstaan. In deze toespraak legt de Boeddha uit dat een mentale ontwikkeling op gang gebracht wordt, wanneer men begrijpt hoe de zintuigen en het corresponderende bewustzijn werkt. Daarnaast wijst hij ook op de belangrijkheid van het begrijpen van de gevoelens, want gevoelens spelen een enorme belangrijke rol op velerlei vlakken binnen de ervaringswereld van een wezen. De Boeddha verklaart, dat vervolgens de kracht van de vijf aggregaten afnemen en dat daardoor, als het ware vanzelf, het Edele Achtvoudige Pad in iemand 'door ontwikkeling tot vervulling komt.' Het is niet alleen schitterend om te begrijpen, maar ook wonderbaarlijk om te zien hoe alle aspecten van het Edele Achtvoudige Pad in iemand als een natuurlijk proces tot ontwikkeling komen. Hieraan kunnen we zien dat het Pad universele waarden van de hoogste kwaliteiten vertegenwoordigt en niet louter een dogma is. |
![]() |