De Boeddha onderwijst dat er vanwege kamma, geboorte is van minderwaardige wezens en van voortreffelijke wezens. Er ontstaan erg snel veel misvattingen in de wereld door mensen met onvoldoende kennis van zaken. En wanneer mensen slechts een gedeelte van de feiten kennen, wordt dat gedeelte al snel 'hun doctrine' hetgeen uiteindelijk leidt tot een bekrompen inzicht en verkeerde ideeën. Hierdoor raken niet alleen zijzelf het pad bijster, maar zetten zij ook anderen op een verkeerd spoor. In deze toespraak komt sterk naar voren hoe snel men afdwaalt. Men heeft met het bovennatuurlijke oog diverse wedergeboorten gezien in verschillende bestaanstoestanden. Door louter dit gezien te hebben, raken sommigen ervan overtuigd dat het altijd zou gaan zoals zij dat gezien hebben. Maar omdat er slechts een klein aspect wordt gezien en omdat er geen waar inzicht is in de wet van oorzaak en gevolg, ontstaan er binnen verscheidene groepen mensen diverse theorieën over kamma en de gevolgen daarvan. In deze toespraak echter, wordt duidelijk dat de Boeddha een heel andere uitleg over kamma heeft, 'Want', zegt hij, 'de kennis van de Tathagata omtrent de grote uiteenzetting over kamma is anders.' |
![]() |